Alleen bij God is stilte voor mijn ziel; mijn redding komt van Hem. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, hoe zou ik dan bezwijken. Alleen bij God is rust, mijn ziel; ja, van Hem komt wat ik hoop. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, ik wankel niet, want Hij zal van mijn zijde niet wijken. In God is mijn redding en mijn eer; Ja, mijn sterke rots, mijn toevlucht is Hij, God de Heer. - Amen - Naar Psalm 62:2,3,6,7,8

zondag 31 maart 2013

Week 14 - Sexuele reinheid

Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.
HSV

Weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u van God hebt ontvangen? U behoort uzelf niet toe.
Want u bent gekocht en de prijs is betaald. Gebruik dus uw lichaam om God te verheerlijken.
GNB

1 Korinthiërs 6:19,20

Bovenstaande teksten worden heel vaak voorgehouden aan mensen die roken.
En ik moet heel eerlijk zeggen, dat het vaker overkomt als een tik op de vingers, zo van dit mag niet, je moet …, dan als een liefdevolle waarschuwing van Gods wege.
Tenminste, zo heb ik het zelf vroeger ervaren en ik weet van verschillende mensen rondom mij, dat ze het nog steeds zo ervaren.
Zelfs de toon van Paulus schrijven is anders dan de toon van de meeste mensen die dit Schriftwoord gebruiken om een ander te wijzen op hun ‘zonde’ door wat dit woord van God zegt.
Paulus komt niet met een opgeheven vinger, maar komt op vragende wijze naar de mensen toe: ‘Weet u dan niet …?’; om vervolgens over te gaan op de uitleg.
Ik denk dat hierin de eerste les voor ons ligt, hoe gaan we met elkaar om, hoe wijzen we mensen op dingen die niet goed zijn; ongeacht waar het om gaat.
(Moest mij even van het hart. Nog een tip: Vind je het echt erg dat iemand rookt, op basis van dit woord van God en wat de gevolgen voor iemand kunnen zijn? Ga voor hem/haar bidden!)

Maar goed, als we dit gedeelte echter goed lezen, het gedeelte waar deze twee teksten uitkomen, blijkt het in eerste instantie te gaan over sexuele zonden, over hoererij; over dat we ons lichaam niet mogen verontreinigen door er hoererij mee te plegen.
Hoererij, in andere vertalingen ook wel aangeduid met ontucht, houdt meer in dan alleen het gemeenschap hebben met een prostituee.
Prostitutie is het hebben van seksuele omgang met anderen tegen betaling, terwijl hoererij en ontucht verboden sexuele handelingen zijn, sexuele omgang met iemand anders dan je eigen man of vrouw, zedeloosheid, verregaand losbandig leven.

In 1 Korinthiërs 7:1 schrijft Paulus: ‘ Het is goed voor een mens (=man – Gen. 2:7,18, 21-25) om geen vrouw aan te raken. Maar laat vanwege allerlei vormen van hoererij iedere man zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man.
Hieruit kun je opmaken dat elke sexuele omgang buiten het huwelijk hoererij is.
Hoererij, ontucht is dus duidelijk meer dan alleen de sexuele omgang met een prostituee.

Dat het zelfs nog verder gaat, blijkt uit de woorden van de Here Jezus Zelf.
In Mattheüs 5:28 zegt Hij: ‘Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.’
Je kunt een vrouw mooi vinden, maar daar alleen mee bega je nog geen zonde.
Maar je begeeft je op glad ijs als je blijft kijken en in je opnemen.
Van daaruit slaan gedachten heel makkelijk op hol en ga je een kant op die wel zondig is.

De Bijbel spreekt eigenlijk steeds vanuit de positie van man naar vrouw, maar het geldt omgekeerd voor ons vrouwen natuurlijk ook precies hetzelfde.
Laat dit duidelijk zijn.
Ik ga weer even terug naar de teksten die ter inspiratie, ter overdenking zijn gegeven.

Het belangrijkste waar deze woorden op wijzen, is dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.
De Heilige Geest is in ons komen wonen toen we tot geloof kwamen, en zo is ons lichaam een tempel geworden van de Heilige Geest.

Maar dit gehele gedeelte zegt nog meer over het lichaam.
Om de diepte van de gegeven teksten goed te kunnen doorgronden (voor zover dit voor ons mensen mogelijk is) is het goed om hier eerst nog even naar te kijken.

Allereerst vers 13b, 14: ‘Ons lichaam is er niet om ontucht mee te doen, het lichaam is er voor de Heer, en de Heer is er voor het lichaam.
God heeft niet alleen de Heer opgewekt uit de dood, Hij zal ook ons opwekken door Zijn kracht.
De bevestiging van dit woord vinden we in 2 Korinthiërs 4:14 waar staat: ‘Want we weten dat Hij die de Heer Jezus uit de dood heeft opgewekt, ook ons zal opwekken met Jezus en ons samen met u voor Zijn troon zal brengen.’
Ons lichaam behoort dus toe aan de Here Jezus en we dienen er dus goed en zorgvuldig voor te zorgen.
Het rein te houden, het niet te onteren.

Daarbij, vers 15, maakt ons lichaam deel uit van het lichaam van Christus.(1 Kor. 12:12-30)
Als we dus met ons lichaam hoererij bedrijven, verontreinigen we niet alleen ons eigen lichaam, maar we onteren het gehele lichaam van Christus.

Genesis 2:24 zegt, dat een man zijn vader en moeder zal verlaten, zich zal hechten aan zijn vrouw en zij zullen één vlees zijn.
Wie zich dus hecht aan een hoer (vers 16) wordt één lichaam met haar.
Maar wie zich aan de Heer hecht (vers 17) wordt geestelijk één met Hem.
Hoe zouden deze dingen ooit samen met elkaar verbonden kunnen zijn?

Ook zegt het gedeelte, vers 18, dat door hoererij de mens zondigt tegen zijn eigen lichaam.
Geen enkele andere zonde doet dit, alleen de zonde van hoererij.
‘Hoererij verontreinigt het lichaam, verlaagt het en het werpt een afschuwelijke smaad op wat de Verlosser in hoge mate waard heeft geacht om het één te maken met Zichzelf.’ (Matthew Henri’s)
Geen wonder dat Paulus zegt: ‘Vlucht weg van de hoererij!’
Matthew Henri’s: ‘Velen van onze vaderen zeiden: ‘Andere zonden kunnen door de strijd gewonnen worden, maar deze alleen door te vluchten.’

We behoren onszelf niet toe.
We zijn immers gekocht en betaald met het bloed van de Here Jezus!
Als vandaag dit stukje verschijnt, vieren we precies dat Hij de dood en het dodenrijk heeft overwonnen.
We begroeten elkaar met; ‘De Heer is waarlijk opgestaan!’
Ja, Hij is waarlijk opgestaan, maar laten we vooral niet vergeten wat het Hem heeft gekost!
Hoeveel van Zijn bloed heeft gevloeid om ons los te kopen?
- Bloeddruppels in Gethsemané …
- Bloed dat langs Zijn gezicht stroomde van de doornenkroon die op Zijn hoofd werd gedrukt …
- Bloed uit de wonden van de geseling, waarbij Zijn rug en benen opengereten werden door de stukjes bot die aan de gesel vastzitten …
- Bloed van het schuren van de dwarsbalk die hij op Zijn toch al kapotte schouder mee moest dragen …
- Bloed uit de wonden van de spijkers in Zijn handen en voeten; de speer in Zijn zij …
Hoe groot was de prijs niet die Hij heeft betaald!

Zouden wij juist niet ons lichaam moeten gebruiken om Hem te verheerlijken!

Ons lichaam is de tempel van de Heilige Geest.
Laten we het gebruiken om onze HEER en Maker te verheerlijken en te dienen.




Lieve vader in de hemel, vergeef ons onze zonden, vergeef ons dat we vaak zo lichtzinnig omgaan met ons van U ontvangen lichaam.
We hebben het hier over sexuele zonden gehad, Vader, maar ik weet dat het ook geldt voor alles waarmee we ons lichaam schade berokkenen.
Vergeef ons, dat we ons zo makkelijk laten verleiden tot het kijken van allerlei dingen op tv die in tegenspraak zijn met Uw woord.
Zo makkelijk schuiven we het vaak weg onder het mom van: het is toch niet echt, het is maar televisie.
En we vergeten hoe satan ondertussen misbruik maakt van alle beelden en geluiden die op ons netvlies gebrand blijven en in onze oren nog naklinken.
Waardoor wij eerder de stem van de wereld nog horen dan die van U.
Vergeef ons, Vader!
Vergeef ons, Heer Jezus, dat we zo onbezonnen omgaan met de prijs die U voor ons hebt betaald.
Vergeef ons, dat we zo ‘even’ vergeten dat U ons heeft gekocht.
Vergeef ons, en laat Uw woorden zo diep doordringen in onze harten, dat het ons verandert en we ons meer en meer zullen toeleggen om met lichaam en geest U te verheerlijken en te dienen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit.

- Amen –




Ons lichaam is een tempel,
een tempel van de Heilige Geest.
Het behoort niet aan ons, maar aan Hem;
het is nooit en te nimmer ons eigendom geweest.

Hoe hoog was niet de prijs?
Hoe duur zijn we niet betaald!
Hoeveel van Zijn bloed heeft niet gevloeid
voor Zijn lichaam van het kruis werd afgehaald?

Hij is onze Maker,
Hij alleen is onze HEER.
Met lichaam en geest dienen wij te leven,
tot glorie van Zijn grote Naam en tot Zijn eer!

©Rita Klapwijk

zondag 24 maart 2013

Week 13 - Anderen oordelen

Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden.
HSV

Oordeel niet over anderen; dan zal God niet oordelen over u.
Want God zal u op dezelfde manier beoordelen als waarop u anderen beoordeelt, en hij zal u meten met de maat waarmee u anderen meet.
GNB

Mattheüs 7:1,2
Als er één ding is wat ik in de loop van al het schrijven van deze stukjes wel ontdekt heb, dan is het wel hoe goed het is om eerst eens naar de betekenis van woorden te gaan kijken.
Vaak is onze kennis van de meerdere betekenissen die een woord kan hebben zo beperkt, dat we daardoor de kans lopen om essentiële dingen te missen in het nadenken over bepaalde dingen, waardoor we een verkeerd of vertekend beeld kunnen krijgen van hoe het werkelijk is of ook kan zijn.

Zo is dit ook het geval met een woord als ‘oordelen’.
Als alleen kijkt naar de titel ‘Anderen oordelen’ en de erbij gegeven Bijbeltekst, dan kun je snel klaar zijn.
‘Je mag anderen niet oordelen, want als je dat doet dan zul je geoordeeld worden zoals jij die ander geoordeeld hebt.
Als wij niet oordelen, dan zal God ons niet oordelen.’

Het stukje op de kalender laat ons weten dat we er verstandig aan doen om niet te oordelen over anderen als zij terugvallen na inspanning voor hun vrijheid, omdat ons hetzelfde kan overkomen.
Het is zeker waar, dat we daar verstandig aan doen, immers we moeten niet denken dat we beter zijn dan een ander.
We zullen misschien niet onderuit gaan op het vlak waarop de ander struikelt, maar misschien wel weer ergens anders over.

Toch gaat het oordelen over anderen veel dieper en veel verder dan zo op het eerste gezicht lijkt met deze twee Bijbelteksten.
Kijk maar eens mee naar de verschillende betekenissen van het woord oordelen.
(encyclo.nl)
Achten, denken, zien, beschouwen, geloven.
Mening geven, mening uiten.
Beslissen, jureren.
Rechten, rechtspreken, vonnis wijzen, vonnissen.

Hier zien we dat oordelen veel meer kanten heeft dan alleen uitspraak doen.
met de manier waarop je iets ziet, gelooft, beschouwd, acht of denkt heb je al een oordeel klaar.
Met je mening geven, je mening uiten, vel je tegelijk ook een oordeel.
Zo ook als je jureert, of beslist, recht spreekt, een vonnis velt.
Niet al deze dingen zijn natuurlijk fout of negatief of verkeerd of zondig.
Toch is het goed om het eens in een groter geheel te zien, want het toont aan dat we misschien eerder een oordeel vellen dan we denken en misschien ook vaker op een verkeerde manier dan we dachten.

Op een niet Christelijke site las ik iets over oordelen dat mij toch wel raakte en aan het denken zette en wat ik ook hier toch graag even wil delen.

‘Anderen oordelen kost veel energie. We oordelen om niet bezig te hoeven zijn met onze eigen tekortkomingen. Een oordeel zegt net zoveel over degene die het geeft, als over degene die het ontvangt.’
(newstart.nl)
Hoewel het geen Christelijke site is, was het stukje over oordelen beslist niet verkeerd en kun je het goed gebruiken om in het licht van de Bijbel over oordelen na te denken.

Anderen oordelen verlegt inderdaad de aandacht van onszelf naar de ander.
Anderen oordelen is bezig zijn met een ander en niet met jezelf en je eigen tekortkomingen.
Anderen oordelen laat tegelijk iets zien van wie jij bent.

Als we de volgende verzen lezen, dan lezen we hoe Jezus spreekt over de splinter in het oog van de ander en de balk in eigen oog.
‘Waarom kijkt u naar de splinter in het oog van een ander, en merkt u de balk niet op in uw eigen oog? Hoe durft u tegen een ander te zeggen: Laat mij die splinter eens uit uw oog halen, terwijl u zelf een balk in uw oog hebt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, dan ziet u pas scherp genoeg om die splinter uit het oog van de ander te halen.’

Hoeveel kritiek is er vaak niet binnen onze gemeentes over en op elkaar?
Beseffen we daar eigenlijk wel bij dat we daarmee een oordeel vellen over mensen?
Als ik hierbij heel eerlijk ben en moet ik ook mijn hand in eigen boezem steken.

‘Oh, die muziek stond weer veel te hard!’
… Hij kan er ook niets van.
Hebben wij weleens achter die knoppen gestaan? En, maakte je nooit eens een fout?

Oh, wat zong ze vals!
… Ze kan ook helemaal niet zingen.
Hebben wij weleens als backing vocal meegezongen, terwijl je misschien verkouden of misschien zelfs ziek was?

Wat deed die raar, zag je hoe hij z’n handen omhoog deed; zag je dat, op die leeftijd en dan nog springen tijdens het zingen.
… Je hebt je wel te houden aan de geldende regels, etiquette of wat hoort op een bepaalde leeftijd, je hoort je niet idioot te gedragen.
Spring, dans, juich of hef jij je armen weleens op in aanbidding voor de HEER tot Zijn eer? De mens ziet wat voor ogen is, maar de HEER ziet het hart aan!

Die spreker was wel langdradig zeg; hij had in een half uur precies dat kunnen zeggen war hij nu anderhalf uur over deed.
… Hij kan helemaal niet spreken of als hij zich beter had voorbereid, dan zouden wij niet zolang in de kerk hebben moeten zitten.
Weleens gepreekt? De boodschap die God op je hart gelegd heb doorgegeven? Staan wij weleens op het podium of op de kansel?

Hoe makkelijk leveren we soms na een dienst geen commentaar op het één of het ander.
Hoe makkelijk vallen we soms onze voorgangers/sprekers/leidinggevenden aan op wat ze ‘verkeerd doen’ in onze ogen.
Hoe makkelijk blijven we soms weg uit de kerk of onze gemeente als er een bepaalde spreker is.
In al deze dingen ligt een oordeel verborgen; de ene keer openlijk de andere keer meer verborgen, maar een oordeel ligt er.
Wat een huichelaars zijn we soms!
We zijn soms zo druk bezig met het letten op de fouten van een ander, dat we onze eigen fouten en tekortkomingen in het geheel niet zien.

Daarbij ligt negen van de tien keer ons oordeel besloten in wat wij ergens wat van vinden en niet wat Gods woord erover zegt.
En zelfs dan dienen we heel voorzichtig te zijn en Gods woord zeer goed te onderzoeken of dat hetgeen is zoals God het heeft bedoeld.
Om vervolgens ook de verantwoordelijkheid nog te hebben in hoe we met deze dingen omgaan.
LIEFDE is in alles het sleutelwoord!

Oordelen.
Beoordelen.
Veroordelen.

Toch spreekt de Bijbel ook van oordelen en handelen op een juiste manier.
In 1 Korinthe 5 heerst er ontucht in de gemeente; hier laat Paulus dan duidelijk zien dat een oordeel en een vonnis op hun plaats is, en hoe fout het eigenlijk is om deze dingen op hun beloop te laten.

En 2 Timotheüs 3:5 zegt: Keer u ook van hen af.’
In de laatste dagen, zo schrijft Timotheüs, komen er zware tijden.
De mensen  zullen egoïstisch zijn,op geld belust, verwaand en hoogmoedig, beledigend, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, niets heilig achten, geen gevoel tonen en onverzoenlijk zijn, kwaadspreken, geen zelfbeheersing hebben, enz. enz.
Houd dergelijke lieden op afstand zegt hij.
Ook hierin ligt een oordeel, maar het is een juist oordeel, omdat alles tegen God en Zijn woord ingaat.
Het gaat er niet om hoe of wij het zien, nee, het gaat in tegen wat God zegt.
Daarom moeten wij het afwijzen, veroordelen en ons ervan afkeren.

Van hen die een profetische boodschap hebben, mogen twee of drie het woord voeren, en laten de anderen het beoordelen.
1 Korinthiërs 14:29

Pas op voor de valse profeten. Ze komen in schaapskleren naar u toe, maar in werkelijkheid zijn het roofzuchtige wolven.
U kunt hen herkennen aan hun vruchten. Men plukt geen druiven van doornstruiken en geen vijgen van distels.
Matteüs 7:15,16

Oordelen en oordelen.
In ons spreken, in ons denken.
Rechtvaardig, onrechtvaardig.




Lieve Vader in de hemel, het is maar een tipje van de sluier die ik voor mijn gevoel heb kunnen oplichten.
Het gaat nog zoveel verder dan ik nu bevatten of handelen kan.
Maar ik dank U voor Uw woord, voor de leiding van Uw Geest telkens als ik met deze dingen bezig ben.
Ik moet U belijden, Vader, dat ik, zonder het vaak te beseffen, me schuldig maak aan het oordelen en veroordelen.
Vergeef mij, Vader, en maak mij er van bewust iedere keer opnieuw als ik maar de neiging heb om het te doen.
Ik buig mijn hoofd voor wie U bent, voor Uw woord, voor Uw leiding.
Help mij om voor ogen te houden wat juist is en mij af te keren van wat tegen Uw woord ingaat.
Leer mij daarom, onderwijs mij en vul mij boven alles met Uw liefde.
Laat mijn hart gevuld zijn met Uw liefde, met alles wat U vreugde schenkt en U eert.
Het hart is immers de bron van al het leven, Vader.
Kom met Uw Geest en doorstroom mijn hart tot overlopen toe.
Leidt mij aan Uw hand.
In Jezus’ Naam.

- Amen –




Heer, laat de woorden
van mijn mond
en de overleggingen
van mijn hart
zijn tot eer en glorie
van Uw grote Naam.
Laat ze zijn
als een reukwerk,
geurig en voor U
aangenaam.

Zet een wacht, Heer,
voor mijn mond
en behoed de deur
van mijn lippen.
Opdat zegen
en vervloeking
niet uit
dezelfde mond
zullen ontglippen.

Naar: Ps.19:15; Jak. 3:10; Ps. 141:3

©Rita Klapwijk

zondag 17 maart 2013

Week 12 - Gods macht

… die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende.
HSV

En ik vraag Hem uw hart te verlichten. Dan zult u inzien wat u mag verwachten nu Hij u geroepen heeft, en zult u begrijpen hoe rijk en groots de erfenis is die Hij zal verdelen onder wie Hem toebehoren, en hoe allesovertreffend Zijn macht is in ons die geloven. Die macht is dezelfde sterke kracht die Hij heeft ontplooid in Christus: Hem heeft Hij opgewekt uit de dood en Hem heeft Hij in de hemel de ereplaats gegeven aan Zijn rechterzijde, hoog boven alle overheden, machten, krachten, heerschappijen en hoe ze ook maar genoemd worden, zowel in deze als in de komende tijd.
GNB

Efeziërs 1:20,21

Het woordje macht heeft doorgaans niet zo’n positieve klank.
En als we kijken naar hoe vaak macht misbruikt wordt, dan is dat ook niet zo verwonderlijk.
Zelfs onder christenen en tot in de kerk zien we dat er sprake van misbruik van macht.
Bij het woordje macht denken we (ik tenminste) al gauw aan mensen met een hoge positie, hoge functie, aan autoriteit, aan mensen die veel invloed uitoefenen, status.
Maar wat is nu eigenlijk de betekenis van macht?
Ik zal er eens een paar op een rijtje zetten.

Volgens Online Encyclopedie:

* Vermogen/kracht om iets te (laten) doen zoals je wilt.
 (het vermogen zijn wil op te leggen. Een staat die zijn macht doet gevoelen. met     
inzetting van alle beschikbare middelen)

* De eigenschap anderen je wil te kunnen opleggen. Het vermogen om iets te doen, heerschappij over personen en zaken. Onpersoonlijke kracht die in personen of voorwerpen aanwezig wordt geacht.

* In de taal spreken we vaak van macht alsof het een ding is wat je als individu kan hebben. Een president 'heeft' macht, en een maffiabaas ook. Macht lijkt op deze manier op een eigenschap van een individu, net zoals machteloosheid. Het gevaar hiervan is dat macht een absoluut gegeven lijkt. Je hebt het of je hebt het niet, en daar valt niet veel aan te tornen

* Het baas zijn, invloed hebben.

* Kracht om iets te doen.

* Autoriteit, Bevoegdheid, Gezag, Heerschappij, Invloed, Kracht, Overwicht

Eigenlijk, als je dit zo lees, geeft het mij eerlijk gezegd ook wel een beetje een negatieve smaak in de mond.
Alles lijkt te duiden op overheersing, op de ander ondergeschikt maken.
En in onze wereld is dat ook helaas vaak het geval, macht wordt heel vaak misbruikt; daar hoeven we alleen maar om ons heen te kijken.
Er lopen heel wat beschadigde mensen rond door machtsmisbruik en ook heel wat mensen hebben de dood gevonden door machtsmisbruik (en nog).
Maar als  we het gaan hebben over Gods macht, dan wordt het een heel ander verhaal.

Gods macht staat boven alles!
Boven elke macht die er is, zichtbaar en onzichtbaar.  

God is de Schepper van hemel en aarde; van alles onder de aarde en van alles boven de aarde.
Hij was er en zal er ook altijd zijn.
Niets en niemand is aan Hem gelijk.
Paulus zegt: ‘Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen,' oftewel:
‘Want alles komt van God en alles bestaat door Hem en voor Hem.’
(Romeinen 11:3)

En of het nu erkent of ontkent wordt, Gods macht is de allesoverheersende macht, en eens zal dat blijken.
De dag komt dat iedere knie zich voor Hem zal buigen en Zijn macht en majesteit zal erkennen.

De Bijbel toont ons een heel scala aan voorbeelden van Gods macht.
Allereerst is daar natuurlijk de schepping.
God sprak en het was er en Hij zag dat het goed was; en met de schepping van de mens zelfs zeer goed. (Genesis 1,2)
De zondvloed; op Noach en zijn familie na, vernietigde God alles wat Hij eens had gemaakt, zo’n spijt had Hij bij het zien van de wandaden en ongeloof van de mensen.
(Genesis 6:9-9:17)
Mozes en de bevrijding van Zijn volk Israël uit de slavernij van Egypte; de woestijnreis, de intrek in het Beloofde land. (Exodus 2:1 en v.v.)
De vele overwinningen die Hij Israël gaf, de wonderen en tekenen die Hij heeft gedaan.
Teveel om op te noemen.
Eigenlijk is de gehele Bijbel een teken van Gods macht.

Maar hoeveel tekenen en wonderen er ook in staan die getuigen van Gods macht, alles valt in het niet bij de macht die Hij liet zien toen Jezus, Zijn Zoon, de vloek van de zonde verbrak door te lijden en te sterven voor onze zonden en na drie dagen weer opstond uit de dood.
Het kwaad was overwonnen.
De vloek verbroken.
Het voorhangsel gescheurd.
De toegang tot God de Vader weer vrij voor een ieder die in Hem gelooft en zijn/haar leven overgeeft aan Hem.

O, het leek er misschien even op dat anderen macht hadden over de Here Jezus toen ze Hem gevangen namen, meevoerden en Hem ter dood brachten, maar niets is minder waar.
Daarvoor al toen Hij sprak over Zichzelf als ‘De goede Herder’, Degene die Zijn leven geeft voor Zijn schapen, zei Hij: ‘Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht het te geven, en heb macht het opnieuw te nemen.’ (Joh. 10:18)

Als Jezus dan voor Pilatus staat, zegt Pilatus tegen Hem: ‘Weet U niet dat ik de macht heb om U vrij te laten, maar ook om U te laten kruisigen?
Maar Jezus antwoordde: ‘U zou helemaal geen macht over Mij hebben, als het u niet vanuit de hemel vergund was.’
Even leek het erop, slechts één moment, maar met Zijn antwoord geeft Jezus heel duidelijk aan Wie er hier nu eigenlijk aan de macht is.

Hoewel het eigenlijk onbegrijpelijk is wat hier gebeurt, gebeurt het toch: God, die alle macht heeft, gebruikt Zijn macht om ons te verlossen van de boze, van de zonde, door Zijn Zoon over te geven aan de dood; de dood door het kruis en Hem weer op te wekken uit de dood en Hem de plaats te geven aan Zijn rechterhand.

Gods macht …

Opnieuw riep Jezus luid en stierf.
Op dat moment scheurde het gordijn in de tempel in tweeën, van boven tot onderen.
Er volgde een aardbeving en de rotsen spleten.
Graven gingen open en lichamen van veel heilige mensen die waren gestorven, werden uit de dood opgewekt.
Zij verlieten hun graven en gingen na Jezus’ opstanding naar de heilige stad waar ze aan velen verschenen.
De commandant en zijn soldaten, die Jezus bewaakten, hadden de aardbeving gevoeld en zagen wat er gebeurde. Ze werden erg bang en zeiden: ‘Die man was werkelijk de Zoon van God.’



Plotseling was er een zware aardbeving, want een engel van de Heer daalde af van de hemel.
Hij ging naar het graf toe, rolde de steen weg en ging erop zitten.
Hij zag eruit als een bliksemflits en zijn kleren waren wit als sneeuw.



Ik weet dat u Jezus zoekt die gekruisigd is.
Hij is hier niet, want Hij is door God opgewekt zoals Hij gezegd had.
Kom maar kijken naar de plaats waar Hij heeft gelegen.
(Mattheüs 27:51-55; 28:2,3)

Als we zo oog in oog staan met Gods macht, hoe kunnen we dan nog twijfelen of Hij wel of niet bij machte is om ons te helpen?
Ongeacht wat het leven ons brengt aan ziekten, strijd, verlies of wat dan ook, God is bij machte om een keer te brengen in ons leven.
Nee, dit wil niet zeggen dat Hij altijd geneest, of op onze gebeden onze doden weer het leven geeft, of een nieuwe baan, of …
Maar Hij, die wel bij machte is om dat te doen, zal er altijd bij zijn en ons de juiste hulp geven op het juiste moment.

Als we kijken naar het bovenstaande gedeelte, als we zien dat Hij de macht heeft over alles wat leeft, over zonde en dood, dat heeft Hij ook alle macht om ons te helpen in onze nood; welke die ook is.
Waar mensen de macht die ze hebben gekregen vaak misbruiken, gebruikt God Zijn macht om mensen te helpen en te redden.
Misschien niet altijd op de manier zoals het graag willen hebben, maar zeker op de manier die voor ons het beste is.
Want God is een Vader die het beste voor heeft met Zijn kinderen.

Als het leven moeilijk wordt en de storm zijn woeste golven over je heen slaat, denk dan aan het kruis van Jezus waar Hij Zijn macht liet zien.
Diezelfde macht zal Hij gebruiken om jou door die storm heen te helpen.
Geloof en vertrouw, Hij is het waard.
Je zult nooit beschaamd uitkomen.




Lieve Vader in de hemel.
Als ik zie naar Uw macht dan voel ik me heel klein worden, klein, omdat U zo groot bent.
Ik buig mijn hoofd, Vader, en vraag U om vergeving voor de keren dat ik twijfelde aan U.
O, ik geloof dat U alles kan, ja, daar twijfel ik geen seconde aan, maar hoe vaak heb ik niet getwijfeld aan het feit of U mij wel of niet zou helpen.
Hoe vaak vulde ik zelf niet in dat mijn issue voor U te klein of te onbelangrijk was.
Hoe vaak vulde ik zelf niet in dat ik niet goed genoeg was, omdat ik toch steeds weer het verkeerde deed.
Hoe vaak vulde ikzelf niet in dat in mijn voelen en denken het eerst in orde moest zijn met U.
Uw macht, Vader, is niet alleen allesoverheersend, maar U wilt het ook gebruiken om mij te helpen ongeacht wat ik denk of voel of …
Er is immers vergeving voor mijn zonden en U weet welk maaksel wij zijn, hoe kwetsbaar en zwak.
Maar dit doet niets af van Uw liefde voor ons en uw bewogenheid om ons te helpen als wij U zoeken en naar U vragen om hulp.’
Dank U wel, Vader, dat Uw macht, die de Here Jezus op deed staan uit de dood, dezelfde macht is, die mij zal helpen in elke nood.
U bent HEER.
U bent Koning.
Voor eeuwig en eeuwig.

- Amen –




Twijfel toch niet langer meer,
maar geloof in Mij en in Mijn
allesoverheersende macht.
Zie, hoe de opstanding
van Mijn Zoon getuigt
van Mijn majestueuze kracht.

Leg je leven in Mijn hand
en vertrouw op Mij
al de dagen van je leven.
Mijn kracht houdt jou
in elke omstandigheid
met liefde omgeven.

©Rita Klapwijk

zondag 10 maart 2013

Week 11 - Valse Beschuldigingen

En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.
HSV

Ik hoorde een stem in de hemel luid zeggen: ‘Nu is gekomen het heil, de macht en het koninkrijk van onze God en de heerschappij van zijn Gezalfde.
De aanklager van onze broeders, hij die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God,
is uit de hemel geworpen.

Openbaring 12:10

Ging het vorige week over een leugenachtig leven leiden, dus over ons liegen, onze leugens, deze week gaat het om de leugens van de satan.
De valse beschuldigingen die hij ons zo graag voorhoudt en influistert, en die ons het leven zo moeilijk (kunnen) maken.

‘Je leert het nooit!
Je bent echt een hopeloos geval. Zie maar, je hebt het weer verkeerd gedaan.
Je bent een mislukkeling. Je bent waardeloos. Je bent niets waard!
Jij sterk? Je bent een slappeling. Soms denk je alleen maar dat je sterk bent.
Niemand moet jou!
Niemand houdt van je!
Vrij zijn? Je zult nooit vrij zijn!’
Dit is de strekking van het kalendertje deze week met als slot woord, dat als we echt in de Christus geloven, elk van deze beweringen een leugen is.
En dat is ook zo, want Gods woord zegt heel wat anders.

De vraag waar ik echter de hele morgen al mee worstel is echter of het de duivel is die ons deze beschuldigingen influistert of dat wijzelf verantwoordelijk zijn voor dit soort gedachten of beschuldigingen. (Of moet ik ze beschuldigende gedachten noemen?)

Ik moet zeggen dat ik nog steeds niet mijn weg gevonden heb in de onzichtbare geestelijke wereld. (om het maar even uit te drukken)
Vanaf dat ik (wij) in de evangelische wereld terecht ben gekomen (ik ben van oorsprong Chr. Gereformeerd; hier liggen voor de eerste 28 jaar van mijn leven mijn geestelijke wortels) en hierdoor ook al heel wat andere sprekers heb gehoord dan alleen de wat behoudender evangelische sprekers, ben ik daarmee ook in aanraking gekomen met heel wat verschillende zienswijze over de duivel en de macht die hij zou hebben.
Werd in de kringen waar ik vandaan kom praktisch niet over hem gesproken, hooguit zijn naam en macht genoemd, ziet men in evangelische- en pinksterkringen mijns inziens nog weleens achter elke boom een demon.
‘De geest van alcohol, de geest van drugs, de geest van …’
Carman heeft daar een ‘leuk’ en duidelijk filmpje van, het heet: Satan', bite the dust'
Maar is dit wel zo?

De duivel is een realiteit, dat is een feit.
Dat hij mensen tot zonde probeert te verleiden ook.
Dat hij daarbij gebruik maakt van de waarheid en die op geniepige wijze verdraait tot een leugen ook.
Hij kan immers niet anders, want de Bijbel noemt hem de vader van de leugen.
In hem is alleen duisternis.
Maar is duivel de verantwoordelijke als je drugsverslaafd bent, of alcohol of porno, of computer of …
En al die beschuldigingen, stuurt de duivel soms al zijn demonen uit om ons het leven zuur te maken op deze wijze door ons dit soort beschuldigingen in te fluisteren.
Zie je het duiveltje op je schouder, zo vlak bij je oor, voor je?

Of, of komen die beschuldigingen voort uit ons eigen hart en speelt de duivel daar op in, doordat hij ons heel goed heeft geobserveerd en weet wat onze sterke en onze zwakke kanten zijn?

Onze gedachten zijn voor iedereen verborgen, behalve voor God, want Hij is de Almachtige.
Niemand anders weet wat daarin leeft totdat wij ze uitspreken.

Mattheüs 15:19 - Want uit het hart komen slechte gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse verklaringen en lasterpraat.

Marcus 7:21 - Want uit zijn innerlijk, uit zijn hart, komen de slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadwilligheid, bedrog, onmatigheid, jaloersheid, lasterpraat, hoogmoed, onverschilligheid.
Al dit slechte komt uit het innerlijk van de mens en maakt hem onrein.

De duivel kan ons van alles voorhouden om ons te verleiden, maar zijn wijzelf niet degenen die wel of niet tot zonde overgaan?

Ik moet denken aan het volgende stukje; ik moet zeggen dat, nu ik hier zo mee bezig ben en wel anders tegenaan begin te kijken en mezelf af begin te vragen of dit wel klopt.
Lees maar mee.

Satan zegt: kijk eens om je heen
Maar Jezus zegt: zie op naar Mij.
Satan zegt: hier kom je nooit meer uit
Maar Jezus zegt: Ik maak je vrij
Satan zegt: je struikelt telkens weer
Maar Jezus zegt: Ik hou je vast
Satan zegt: je bent zo minderwaardig
Maar Jezus zegt: kostbaar ben je in Mijn ogen
Satan zegt: je schiet altijd te kort
Maar Jezus zegt: in Mij ben je volmaakt
Satan zegt: je woorden zijn zo krachteloos
Maar Jezus zegt: Ik ben het die harten raakt
Satan zegt: je bent zo onzeker en angstig
Maar Jezus zegt: vrees niet, je bent van Mij
Satan zegt: toe maar, trek op die muur
Maar Jezus zegt: niets kan jou van Mijn liefde scheiden
Satan zegt: zoveel zorgen drukken je naar beneden
Maar Jezus zegt: geef Mij dan je last

Zegt satan deze dingen tegen ons, brengt hij deze dingen in onze gedachten, fluistert hij ze ons in?
Kan hij dat überhaupt wel?

Als Eva door de slang wordt verleid, is de slang een echt levend wezen die door de satan wordt misbruikt.
Als de Here Jezus in de woestijn op de proef wordt gesteld, dan geloof ik niet dat de satan Hem al die verzoekingen influistert, maar Hem letterlijk verzoekt; spreekt, dingen laat zien.
Als je ’s avonds laat nog even een rondje wilt zappen op de tv, zo net voor het slapen gaan, kun je dan de duivel de schuld geven als je op een sex-zender komt en de beelden zich op je netvlies branden?
Of is het je eigen verantwoordelijkheid, je weet immers dat deze zenders uitzenden?
En als je dan blijft kijken, en je wordt later aangeklaagd in je gedachten van nietsnut, je hebt het weer gedaan, het komt nooit goed met jou, zijn dat dan werkelijk de beschuldigingen van de boze of is het ons eigen geweten dat ons aanklaagt omdat we dom geweest zijn en ons tot zonde hebben laten verleiden?

Wie beschuldigt ons?
Wie klaagt ons aan?
Wie zegt deze dingen?

O, ik geloof zeker, dat als wij de boze de ruimte geven door deze dingen over onszelf uit te spreken, dat hij daar op ingaat, inspeelt en het nog erger maakt dan het is.
Maar wie is in eerste instantie onze aanklager?
Hij of wijzelf?

De meegegeven tekst ter overdenking spreekt niet over dit soort beschuldigingen.
De tekst spreek over het feit dat de boze ons aanklaagt bij God, Hem onze zonden en ongerechtigheden voorhoudt, zodat Hij ons zou veroordelen.
‘Ziet U wat hij hier doet?. Oh, kijk eens naar haar, en hoor eens hoe ze roddelt! En daar… En daar … En …’
Niet de beschuldigingen en aanklagen naar ons persoonlijk gericht zoals; je bent niets waard, je bent hopeloos enz..
‘De aanklager van onze broeders, hij die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, …’

Waar ik ook bij stilgezet werd door een bepaald iets dat ik gelezen heb terwijl ik hier mee bezig was, was het feit dat Jezus totaal niet inging op wat de duivel zei.
Als ik naar Mattheüs 4 ga, waar het gedeelte staat waar Hij wordt verzocht, zegt de duivel tegen Jezus: ‘Als U de Zoon van God bent, zeg dan …,’tot twee keer toe en hij eindigt met: ‘Dit alles zal ik U geven, als U … .’
Wat ik me nooit eerder heb gerealiseerd, is, dat Jezus niet zegt van: Ja, Ik ben de Zoon van God, maar …,’ maar dat Hij gewoon zegt: ‘Er staat geschreven.!’
Hij zegt niet: ‘Hé, satan, je zit er nu wel behoorlijk naast, want al die koninkrijken zijn helemaal niet van jou,’ nee, Hij zegt: ‘Ga weg, satan, want er staat geschreven … .’
Jezus springt op geen enkele wijze in de verdediging.
Op geen enkele wijze gaat Hij in gesprek met de duivel.
Op geen enkele wijze geeft Hij hem een handvat om misbruik van de situatie te kunnen maken.
Hij noemt zelfs zijn naam niet één keer, alleen om hem weg te sturen.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb helaas maar al te vaak de gewoonte om in de verdediging te springen.
Het stukje over ‘satan zegt, maar Jezus zegt … ‘ doet mij meer naar hem kijken dan naar Jezus.
De negativiteit die uit de woorden klinkt van wat satan zegt, haken er bij mij dieper in, dan de geweldige waarheid van Jezus.
En is het over het algemeen genomen geen realiteit, dat negatieve dingen meer impact hebben en dieper ingrijpen dan positieve?

De beschuldigingen waar ik mee begon zitten deels verweven in dit stukje over ‘satan zegt, maar Jezus zegt… .’
Komen in zekere zin hiermee overeen.

Als we Jezus voorbeeld zouden volgen, dan zouden we de regels van ‘satan zegt’ gewoon weg moeten laten en simpelweg zeggen waar het op staat, wat de waarheid is, zonder nog eens aan te halen wat de boze zegt, want dat doet er immers niet toe.
Wat Jezus zegt, daar gaat het om, dat is waarheid, dat is belangrijk.

‘Zie op Mij!
Ik maak je vrij!
Ik houd je vast!
Je bent kostbaar in Mijn ogen!
In Mij ben je volmaakt!
enz. enz. .’

Wie geven we de meeste eer?
Jezus, of de boze?
Op wie leggen we de nadruk in ons leven, Jezus of de boze?
Bij wie ligt de verantwoordelijkheid over ons leven, bij onszelf of bij de boze?
Als we de boze de schuld geven van deze beschuldigingen, aantijgingen, hebben wij dan niet een opening of ruimte aan hem gegeven waardoor hij dit kon doen en ligt daardoor dus de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij onszelf?

Ik merk aan mijzelf terwijl ik zo over deze dingen schrijf, deze vragen stel, een wirwar aan gevoelens waar ik nog niet toe instaat ben om die te ontwarren.
Maar één ding wordt mij steeds duidelijker, dat er soms teveel aan de duivel wordt toegeschreven, terwijl het voortkomt uit ons eigen binnenste.

Marcus 7:21 - Want uit zijn innerlijk, uit zijn hart, komen de slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadwilligheid, bedrog, onmatigheid, jaloersheid, lasterpraat, hoogmoed, onverschilligheid.
Al dit slechte komt uit het innerlijk van de mens en maakt hem onrein.

Spreuken 4:23 zegt niet voor niets: ‘Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.’




Lieve Vader in de hemel.
In mijn hoofd is het een wirwar van gedachten en mijn gevoelens gaan daarmee ook verschillende kanten uit terwijl ik hier mee bezig was.
Maar ik breng alles bij U; al mijn gedachten, al mijn gevoelens en ik bid U om wijsheid en inzicht in deze dingen.
Leid mij aan Uw hand, Vader, en open mijn ogen voor de waarheid, Uw waarheid.
En laat mij daar waar het vereist is mijn verantwoordelijkheid nemen over de dingen die ik verkeerd doe, zeg of denk.
Leer mij, leer ons, onze tegenstander kennen, maar help ons om hem niet meer aandacht te geven dan nodig is.
Help ons om waakzaam te zijn, om de duivel geen kans te geven, om ons te onderwerpen aan U en de boze te weerstaan.
Herinner ons aan de wapenrusting die U ons niet voor niets hebt gegeven.
Help ons om ons te richten op wie we zijn in U, Heer Jezus en niet op wat een ander zegt of wat wij onszelf voorhouden.
Ik dank U, Vader, dat de aanklager uit de hemel is geworpen en dat U, Heer Jezus hem hebt overwonnen.
Nog slechts een korte tijd zullen we moeten strijden en vechten, maar dan zullen we voor eeuwig bij U mogen zijn.
Dank U, dat U voor ons bid en pleit bij de vader.
Dank U, dat de Heilige Geest voor  ons bidt en pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen.
Dank U, Heer Jezus, voor Uw gebed voor ons toen Uw tijd gekomen was om onze straf op U te nemen.
Dank U wel.
Dank U wel.
Ik houd van U.

- Amen -

(Johannes 8:44; Efeziërs 4:27, 6:11; Jacobus 4:7; 1 Petrus 5:8)




Schenk mij, Heer,
Uw Geest
van wijsheid en inzicht,
opdat mijn hart
en mijn verstand
door U worden verlicht.

U geeft, Heer,
aan een ieder die vraagt
zonder voorbehoud
en verwijt.

Zo ga ik mijn weg
in het volste vertrouwen
dat Uw Geest mij
in Uw waarheid leidt.

Naar: Jacobus 1:5,6

©Rita Klapwijk

zondag 3 maart 2013

Week 10 - Een leugenachtig leven leiden

En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond?
Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.
HSV

‘Ananias,’ zei Petrus, ‘waarom heeft Satan uw hart vervuld en u ertoe gebracht de heilige Geest te bedriegen en een deel van de opbrengst achter te houden?
Het land was vóór de verkoop toch uw eigendom en na de verkoop was de opbrengst toch ook van u? Wat heeft u bezield om zo te handelen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God!’
GNB

Handelingen 5:3,4

Ruim een jaar ben ik nu op weg met het kalendertje van Beth Moore en er zijn weken bij dat ik met mijn handen in mijn haar heb gezeten of het liefst het onderwerp zou overslaan.
Om heel eerlijk te zijn is dit ook weer zo’n week die ik het liefst over zou slaan.
Ik zit weliswaar niet met mijn handen in mijn haar, maar erg comfortabel voel ik me ook niet bij dit onderwerp.

Een leugenachtig leven leiden gaat weliswaar heel ver en zal voor velen van ons ver van ons bed zijn, tenminste, dat zullen we ongetwijfeld denken, maar iets in mij lijkt mij een spiegel voor te houden die zegt dat ik, wij met elkaar, misschien wel meer liegen dan dat we ons er bewust van zijn.

Wat er in mijn gedachten komt zijn leugentjes om bestwil, leugentjes om de ander te sparen, halve waarheden, het net anders iets zeggen.
Naar het overdrijven van, naar het groter maken van, naar het aandikken van …

Iemand willen verrassen leidt vaak en zo makkelijk tot leugentjes ‘om bestwil’.
We moeten ons immers soms in allerlei bochten wringen om dat te doen lukken.
En ja, als je daarvoor een beetje moet liegen, dan is dat toch voor het goede doel.
Dat is toch niet zo erg, we schaden er immers niemand mee.
Nee, een leugentje ‘om bestwil’ moet kunnen, toch?
Ach, en is het wel echt liegen? …

Hoe vind je mijn nieuwe jas, schoenen, kapsel, …?
Tja, je wilt toch niet iemand voor het hoofd stoten?
Je vind er niets aan, maar zegt dat je (hartstikke) leuk vind.

Soms willen we wel de waarheid zeggen, maar de consequenties die eraan verbonden zijn kunnen zo groot of ingrijpend zijn, dat we uit ‘veiligheidsoverweging’ maar niets of niet alles vertellen.
Zo hebben we in ‘onze ogen en gedachten’ niet echt gelogen.
Je hebt toch de waarheid gezegd, ja, wel niet alles, maar toch …
Die paar dingen die je hebt weggelaten, dat is toch geen liegen? …

En als ik net iets anders zeg dan dat het is, daar kan ik toch niets aan doen.
Dat gebeurt soms.
Als een ander het dan daardoor verkeerd oppakt of begrijpt, daar kan ik toch niets aan doen.
Dat is dan toch geen liegen? …

En als ik een verhaal nu net iets spannender of mooier kan maken door het iets aan te dikken of te overdrijven, joh, kijk eens hoe mensen aan mijn lippen hangen en hoe mooi ze het vinden.
Ach, zolang ik er niemand kwaad mee berokken; dat is toch geen liegen? …

Is liegen dan alleen verkeerd als we een ander er schade mee berokkenen?
En van zo’n enkel leugentje af en toe, kan men dan zeggen dat je een leugenachtig leven leidt?

Ik ga geen antwoorden geven op deze vragen, een ieder mag ze zichzelf stellen en erover nadenken, al zou ik het wel leuk/fijn vinden om te horen wat je ervan denkt als je dit leest.

Nog een vraagje.
Is het wel echt zo als we denken dat we niemand er schade mee berokkenen?
En deze vraag beantwoord ik wel, want ik geloof, dat met iedere leugen, klein of groot, we één van Gods geboden overtreden en Hem zo verdriet doen.
Ik geloof dat het voor God niet uit maakt of we nu een leugenachtig leven leiden in de zin van liegen is een gewoonte in ons leven, of we leven met een grote leugen in ons leven of we maken gebruik van af en toe een leugentje om bestwil.
Als we toch, al is het maar af en toe, onze toevlucht nemen tot kleine leugentjes, ons leven leugenachtiger is dan we zelf denken.
Een leugen is een leugen; liegen is liegen.
Zonde is zonde.

Het voorbeeld van Ananias en saffira (Zie: Handelingen 5:1-11 ) is wel een heftig voorbeeld.
Er staan meer verhalen in de Bijbel waarin grote leugens worden verteld, maar waar geen oordeel tot de dood het gevolg is.
Adam en Eva logen tegen God in het Paradijs, Petrus loog toen hij zei dat hij de Here Jezus niet kende; Simson loog er heel wat op los naar Delila, Jacob bedroog zijn vader, de broers van Jozef logen tegen hun vader over wat er met hem was gebeurd, en zo zijn er nog vele voorbeelden te noemen.
We kunnen lezen over de gevolgen van hun zonde, want iedere leugen heeft gevolgen, alleen in het geval van Ananias en Saffira voltrekt God direct Zijn oordeel.
Waarom God het hier wel direct voltrekt en met anderen wacht, is niet aan ons om te weten; God zal daar Zijn redenen voor hebben gehad en hebben.
Maar dat we dit als een waarschuwing in ons leven mee moeten nemen, is het zeker wel.

Ananias en Saffira zondigden opzettelijk, het was afgesproken werk.
Misschien was de oorsprong van hun bedoeling wel goed geweest, maar kreeg de macht, die het geld kan hebben, hen in de greep en konden zij de verleiding niet weerstaan.
En om toch maar als goed christen over te komen in de ogen van mensen, besloten ze deze draai er aan te geven.
En ze logen tegen de Heilige Geest.

Door de Heilige Geest wist Petrus van hun bedrog; hij vroeg eerst aan Ananias en vervolgens ook aan Saffira waarom zij zich door satan hebben laten verleiden om te gaan liegen over de opbrengst van hun land.
Dat ze niet alles gaven was niet het probleem, het land was van hen toen ze het verkochten, dus de opbrengst van het land was ook van hen en daarmee mochten ze doen wat ze wilden.
Een deel geven en houden, alles geven, alles houden …
Maar ze vervielen tot leugen en huichelarij en zondigden zoals Gods woord zegt, tegen de Heilige Geest.
En God strafte.
Aan het eind lezen we hoe de gemeente hiervan schrikt.
Het zal hen ongetwijfeld tot nadenken  hebben gebracht en tot diepe eerbied en ontzag voor God.

Eén ding is heel duidelijk door dit voorbeeld van Ananias en Saffira: God ziet alles; God heeft weet van alles.
We kunnen geen enkele zonde doen, of God weet ervan.
Voor anderen kunnen we van alles verborgen houden, maar voor God niet.
Al is er geen mens die ziet wat je verkeerd doet, en dan maakt het niet uit of het gaat om leugen en bedrog, of om andere zonden, God is erbij als wij onze zonde begaan.
Sterker nog, Hij ziet zelfs het moment dat wij nog niet gezondigd hebben maar ertoe worden verleid.
Maar uiteindelijk ligt de keuze bij onszelf in wat wij doen, waar wij voor kiezen.

We hebben een geweten van God gekregen.
Als Zijn kinderen hebben we ook Zijn Heilige Geest gekregen.
Maar aan ons is de keuze.
Satan kan ons verleiden, mensen of omstandigheden kunnen ons verleiden, maar niemand anders kiest voor dingen dan wijzelf.

Als ik dan zo over deze dingen heb nagedacht en heb opgeschreven, ben ik toch blij dat ik niets van het kalendertje oversla.
Men zegt wel, een ongeluk zit in een klein hoekje, maar ik geloof dat een leugen(tje) ook in een klein hoekje zit.




Lieve Vader in de hemel.
Hoewel ik dit onderwerp liever had gemeden, omdat het zo confronterend is, ben ik toch blij dat ik me er niet toe heb laten verleiden om het over te slaan.
Diep van binnen, Vader, ben ik verdrietig, omdat ik er achter ben gekomen, hoe makkelijk kleine leugentjes soms uit onze mond komen.
Soms helemaal niet bewust of echt met opzet, maar het gebeurt wel en misschien wel meer dan me lief is, of beter gezegd, meer dan U lief is.
Dan dank ik U, Vader, voor dit onderwerp, omdat U mij hierdoor weer bewust maakt hiervan.
We weten en kennen Uw geboden, en toch …
Vergeef mij, vader, al die leugentjes om bestwil, of dat ik het mooier heb doen voorkomen dan het was, of groter, of aangedikt heb, of niet eerlijk durfde te zijn, de ander wilde sparen, of …
Vergeef mij, Vader, alle keren waar ik geen weet van heb of meer heb.
Vergeef mij mijn verborgen zonden en help mij om er tegen te strijden.
Leer mij te luisteren naar de zachte stem van Uw Heilige Geest.
Maak mijn hart ontvankelijk voor Uw leiding, Uw correctie, Uw wil te doen.
Dank U wel voor de vergeving die ik opnieuw uit Uw hand ontvang.
Leidt mij en zegen mij, Vader.
In Jezus’ Naam.

- Amen –




Leugens …

Het ergste is niet
dat de waarheid vroeg of laat
aan het licht zal komen,
maar dat het indruist
tegen wat God gebied.

Laten we waakzaam zijn,
vooral voor die kleine leugentjes
die zo snel en makkelijk zijn gedaan.
Voor God is immers niets verborgen,
er is niets dat Hij niet ziet.

Het maakt niet uit
of ze nu groot zijn of klein;
ze zijn niet goed te praten.
Laten we beseffen:
elke leugen doet God verdriet.

©Rita Klapwijk