Alleen bij God is stilte voor mijn ziel; mijn redding komt van Hem. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, hoe zou ik dan bezwijken. Alleen bij God is rust, mijn ziel; ja, van Hem komt wat ik hoop. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, ik wankel niet, want Hij zal van mijn zijde niet wijken. In God is mijn redding en mijn eer; Ja, mijn sterke rots, mijn toevlucht is Hij, God de Heer. - Amen - Naar Psalm 62:2,3,6,7,8

zondag 30 december 2012

Week 1 - Wereldse liefde

Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?
Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt.
HSV

Ontrouw volk! Weet u niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God betekent?
Wie met de wereld goede vrienden wil zijn, maakt zichzelf tot vijand van God.
GNB

Jacobus 4:4

Als dit stukje verschijnt, bevinden we ons nog net in het jaar 2012, maar het is volgens de kalender al wel de 1e week van het nieuwe jaar.
Nog slechts iets minder dan twee dagen en dan is het alweer het jaar 2013
en daarmee ligt er weer een heel nieuw jaar voor ons.
Een jaar met nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden, nieuwe keuzes.
Misschien heb je al wel een paar goede voornemens op je programma staan.
Hoe het ook zij, vanaf deze plaats wil ik een ieder eerst
Gods rijke en onmisbare zegen toe bidden voor het komende nieuwe jaar.

Dat Hij de nummer één zal zijn in je leven.
Zijn Geest je mag leiden op al je wegen.
Zijn beschermende hand je daarbij zal omgeven.
Op je neer mag dalen een overvloed van Zijn zegen.

Een liefdevolle groet,
Rita
 
God Bless You
Shalom

 
Zoals ik hierboven al schreef, voor ons ligt een heel nieuw jaar met nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden, nieuwe keuzes om te maken.
Misschien heb je al wel een heel goed voornemen (of meerdere) voor het komende nieuwe jaar.
Ik hoop, en bid, dat Hij daarvan ook deel zal uit maken.
Want er is geen enkel onderdeel van ons leven waar we Hem in buiten mogen sluiten.
Als we Zijn kinderen zijn, dan maakt Hij deel uit van elk facet van ons leven en behoort Hij Degene te zijn van waaruit wij onze keuzes maken, onze beslissingen nemen, ons leven leven.

Zo aan de vooravond van het nieuwe jaar en na de dagen van kerst is het misschien wel een goede tijd voor een moment van bezinning, waarin we de bovenstaande tekst als uitgangspunt kunnen nemen.

Hoe waren onze kerstdagen?
Zijn we nog bij de kribbe geweest; hebben we het kruis er achter zien staan?
Hebben we Hem nog ontmoet?
Of is Hij er door alle drukte toch nog, of weer, een beetje bij ingeschoten?
Waren we toch te druk met alle voorbereidingen, met versieren, boodschappen, familie …

Hoe zien we het komende jaar tegemoet?
Hoe stappen wij het jaar 2013 in?
Knallend, drinkend, of is er plaats voor Hem?
Wie is onze reisleider (een woord van het kalendertje) nu en/of het komende jaar?
Of waren we afgelopen jaar goed begonnen, en zijn we, bewust of onbewust, verkeerd geëindigd?

Vriendschap met de wereld is vijandschap met God, zegt ons tekstwoord.
Wie een vriend van de wereld wilt zijn, is een vijand van God.
Als we dus vrienden van God willen zijn, betekent dit dus automatisch dat we vijanden van de wereld zijn.
Dat kan dus soms betekenen, dat je niet met je vrienden meegaat of meedoet, dat je uitgelachen wordt, of misschien zelfs uitgejouwd; dat je keuzes als belachelijk worden bestempeld, niet meer van deze tijd.
Dat je ‘vrienden’ verliest of vriendschappen moet beëindigen.
Ik noem zo maar even een paar dingetjes.

Abraham was een vriend van God.
Jacobus 2:23 zegt over Abraham: ‘En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.’
Abraham vertrouwde op God en werd daarmee een vriend van God.
God stond op de eerste plaats in zijn leven.
Wat God ook vroeg, hoe ongewoon, onduidelijk, of bizar het ook was (in onze menselijke ogen), Abraham geloofde, vertrouwde en handelde naar Gods wil.
En het is hem tot gerechtigheid gerekend, Abraham vond goedkeuring in Gods ogen.

Wiens liefde en goedkeuring zoeken we?
Die van God of van mensen?

Galaten 1:10 zegt: ‘Tracht ik nu mensen voor me te winnen of God? Of probeer ik bij mensen in de gunst te komen? Als ik dat nog probeerde, zou ik geen dienaar van Christus zijn.’

Opnieuw komt het terug, of of, niet en en.
God liefhebben of de wereld, bij God in de gunst komen of bij mensen.
Je tot doel stellen om mensen voor je winnen, of bij hen in de gunst komen, betekent geen dienaar van Christus zijn.
Geen middenweg, geen grijs gebied; zwart of wit, voor of tegen Hem, met of zonder Hem.
De wereld of God.

Verlies uw hart niet aan de wereld of aan iets dat bij de wereld hoort. Als iemand zijn hart verliest aan de wereld, is er in hem geen plaats voor de liefde van de Vader.
(1 Joh. 2:15)

Waar de liefde voor de wereld heerst, daar is er geen plaats voor de liefde van God.
Wel in deze wereld, maar niet van de wereld.
Leven in deze wereld, maar niet met deze wereld meegaan in haar verleidingen en verlokkingen bij God vandaan.
Wie of wat hebben we lief boven alles?
Wie willen wij dienen, volgen?

In hoeverre sluiten wij compromissen, willen we samenvoegen wat niet kan samengaan?
Of hoelang nog blijven we dat proberen?

‘Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad’; zegt Jezus, ‘blijf in Mijn liefde!’  
Als jullie je aan Mijn geboden houden, blijven jullie in Mijn liefde, zoals Ik Mij aan de geboden van Mijn Vader gehouden heb en blijf in Zijn liefde.  (Joh. 15:10,11)

Al wat Jezus voor ogen heeft is ons Zijn vreugde en blijdschap te geven, volmaakte vreugde, volmaakte blijdschap.
Daarom zegt Hij deze dingen en niet om ons te beknotten of kort te houden, omdat Hij ons geen plezier zou gunnen, maar omdat Hij ons wil laten delen in de vreugde, in de blijdschap van Hem Zelf.

… maar Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, bekendgemaakt heb. (Joh. 15:15b)

Wiens vriend willen we zijn, nu, het komende jaar?
Wiens liefde of goedkeuring zoeken wij?
Welke vriendschap willen wij aangaan of uitbouwen, die van de wereld of van God?
Hoe gaan we het komende jaar in?
Wie is onze reisleider, wie wordt onze reisleider; God of de satan?

Alles wat de wereld te bieden heeft, gaat voorbij, alles wat God biedt, is eeuwig.
Alles wat de wereld biedt is op egoïsme gebaseerd, alles wat God biedt, is gericht op wat goed is, wat het beste is voor ons.

Kies dan heden wie gij dienen zult.




Lieve Vader in de hemel.
Zo aan het einde van dit jaar en aan de vooravond van het nieuwe jaar wil ik een moment nemen van bezinning en mezelf al deze vragen, maar ook alle woorden van U, voorhouden en er over nadenken en keuzes maken.
Spreek door Uw Heilige Geest tot mijn hart en laat mij zien waar ik in mijn leven nog verbonden ben met de wereld; waar ik de wereld meer liefheb dan U.
Laat mij zien waar mijn leven nog verbonden is, bewust of onbewust, met deze wereld, met de dingen van de wereld.
Open mijn ogen en laat mij zien op welke terreinen van mijn leven ik de goedkeuring van mensen boven die van U zet.
Open mijn ogen, Heere, open mijn hart voor de leiding van Uw Geest in mijn leven en help mij, Vader, om U boven alles gehoorzaam te zijn.
Uw vriend wil ik zijn, niet die van de wereld; maar de wereld trekt zo hard en het is soms zo moeilijk om het goede zelfs maar te kunnen zien.
Help mij daarom dit komende jaar, om opnieuw heel dicht bij U te leven en alles in Uw Licht te zetten en van daaruit te bekijken.
Help mij om niet te impulsief te zijn.
Behoed niet alleen de deuren van mijn mond, maar ook die van mijn hart, die van mijn wil.
Leidt mij aan Uw hand, zo dicht, dat ik Uw harteklop zal blijven horen en Uw stem zal blijven verstaan.
Wees U mijn reisleider voor het komende jaar en voor alle jaren die U mij nog geeft of tot dat U, Heer Jezus, terugkomt.

In Jezus’ Naam.

- Amen –




Elk moment van het jaar
is een goed moment
om je even te bezinnen
waar je geestelijk bent,
waar je staat.
Wie de reisleider is, die,
in het dagelijks leven
naast je gaat.

Elk moment van het jaar
is een goed moment
om je even te bezinnen
en zo nodig
nieuwe keuzes te maken.
Om bezigheden,
die niet goed zijn,
die Hem verdriet doen,
te staken.

Elk moment van het jaar
is een goed moment
om je even te bezinnen
en je af te vragen:
‘Ben ik een vriend van
de wereld of een vriend
van Hem?
Wie hoor ik spreken,
wie gehoorzaam ik,
luister ik nog wel
naar Zijn stem?’

Elk moment van het jaar
is een goed moment
om je even te bezinnen,
dus waarom nu dan niet.
Weet je wel zeker
dat je dingen ziet
zoals God ze graag ziet?

©Rita Klapwijk

zondag 23 december 2012

Week 52 - Gods tederheid

En verder hadden wij onze aardse vaders als opvoeders, en wij hadden ontzag voor hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven?
Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar het hun goeddacht bestraft, maar Hij doet dat tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid.
HSV

Bovendien hadden we ook aan onze lijfelijke vaders harde opvoeders, maar we hadden ontzag voor hen; moeten we ons dan niet des te meer onderwerpen aan de Vader van de hemelse geesten, die ons laat leven?
Zij hebben ons hard opgevoed voor dit korte leven, volgens hun eigen ideeën; maar Hij voedt ons op voor ons bestwil, om ons te laten delen in zijn heiligheid.
WB

Hebreeën 12:9,10

Met dit stukje komen we met Week 52 aan het einde van het jaar 2012, maar nog niet het einde van het kalendertje.
Toen ik de titel las die erboven staat, had ik zoiets van: o, fijn, het gaat over Gods tederheid.
Ik kon me daar niet à la minuut echt een voorstelling bij maken, maar ik vond het spannend om daar eens naar te gaan kijken en me in te verdiepen.
Echter, toen ik verder las, bleek het te gaan over tuchtigen, en de bijhorende tekst over opvoeden en straf.
Zucht …
Eigenlijk helemaal niet leuk om hier het jaar mee af te sluiten, dacht ik.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn niet zo dol op ons onderwerpen aan gezag en gestraft/getuchtigd/vermaant te worden als we niet gehoorzaam zijn.
En er is er één die vanaf het begin van de schepping er op uit is om de mens over te halen om tegen Gods gezag in te gaan.
Adam en Eva gingen de fout in, en wij doen het vandaag de dag niets beter.

Van kleins af aan zie je het verzet van de mens tegen gezag en autoriteit, tegen gehoorzaamheid, tegen luisteren naar.
Ouders zeggen ‘nee’, en de kleine ukkepuk, van nog geen twee lengtes oud, zegt ‘Ja’, en als de ouders ‘ja’ zeggen, zegt de kleine ‘nee’.
Maar ouders zullen toch moeten vasthouden aan hun ja of hun nee, aan hun regels; het kind moet leren wat gehoorzaamheid is en soms betekent dit dan ook dat kinderen gestraft worden of terechtgewezen.
Dit alles hoort bij het opvoeden van het kind.
Het kind hoort ontzag en respect te hebben voor de ouders, en naast ouders voor andere mensen.
Ik zeg heel bewust hoort, want helaas is dit niet altijd zo.
We zien steeds meer om ons heen dat respect en ontzag voor onze medemens, en dan heb ik het nog niet eens over enige vorm van gezag of autoriteit, wegebt.
Kleine kinderen worden vermoord, oude vrouwen verkracht en oude mannen in elkaar geslagen.
Hulpverleners belaagd en in het nauw gedreven, andermans bezittingen beschadigd of vernield.
Enz., enz.
En heb het lef eens om er iets van te zeggen, of om iemand daar op aan te spreken, je bent je leven deze dagen daarin niet meer zeker.
Gebrek aan, of moet ik zeggen het langzaamaan verdwijnen van, respect en ontzag, gehoorzaamheid, luisteren naar, is het grootste probleem wat hieraan ten grondslag ligt.
De ‘ik-gerichtheid’ van de mens, het ‘alles moet kunnen’, het ‘recht hebben op’, het ‘zelfbeschikkingsrecht’ van de mens waar hij ‘recht’ op heeft, doet onze maatschappij de das om en met de maatschappij vernietigd het zichzelf.
En er is er één die lacht …

Opvoeden betekent zorgen voor en normen en waarden bijbrengen.
Dat betekent ook consequenties verbinden aan, als men niet gehoorzaam is.
Dit geldt zowel in onze opvoeding naar onze kinderen, maar ook in onze ‘opvoeding’ als het gaat om de wet die voor ons land, of ander land als we daar zijn, geldt, als ook in onze ‘kerkelijke’ gemeenten.

Zoals onze ouders, en wijzelf als wij ouders zijn, onze kinderen terechtwijzen en/of straffen, zo doet God dit ook.
En zoals wij, als kinderen, gehoorzaam waren (dienden te zijn) aan onze ouders, en onze kinderen aan ons, zo moeten wij allen ook gehoorzaam, wat zeg ik, juist nog meer gehoorzaam zijn, aan God, die onze hemelse Vader is.
Dat zegt Gods woord ons ook in de verzen hierboven.
‘Zullen wij ons dan niet veel méér onderwerpen – gehoorzaam zijn – aan de Vader van alle geesten en het leven.’
Als we al gehoorzaam dienen te zijn aan onze ouders, aan de overheid, onze werkgevers etc., hoeveel te meer zullen we dan eigenlijk niet gehoorzaam dienen te zijn aan onze hemelse Vader van wie wij het leven hebben ontvangen en Die heerst over alles wat leeft; het zichtbare en het onzichtbare!

De fout die wij als mens echter regelmatig maken, is dat onze terechtwijzingen, onze straffen en tuchtigingen (als ik zo even deze woorden mag gebruiken, want, ook al zijn ze ouderwets en niet geliefd, ze zijn heel Bijbels) vaak niet in liefde gebeuren.
Wij mensen reageren vaak vanuit onze emoties, vanuit onze boosheid, in plaats vanuit liefde omdat je het beste voor de ander op het oog hebt.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik weet van mezelf, dat ik mijn kinderen meer dan eens gestraft heb puur vanuit mijn boosheid, frustraties en onmacht.
Dat er vanuit liefde totaal geen sprake was op sommige momenten.
Natuurlijk kun je dat allemaal op de één of andere manier goed praten en er een mooie draai aan gegeven, maar als ik gewoon heel eerlijk ben, dan was liefde op zo’n moment niet mijn drijfveer, maar werd ik simpelweg gedreven door mijn emoties van boosheid, onmacht en frustraties.
(ik hoop dat er meer zijn en ik niet de enige ben)
Op die momenten had ik echt niet het beste met mijn kind(eren) voor ogen.
(zelfs voor in de maatschappij kun je dit principe doortrekken, denk ik)

Bij God is dit echter volledig anders.
God verliest nooit ons welzijn uit het oog, nooit!
Vanaf het moment dat wij tot geloof komen en Zijn kinderen worden, gaat Hij ons opvoeden, Zijn oog volledig gericht houdend op wat voor ons het beste is.
Daar wijkt Hij geen fractie vanaf.
God laat Zich nooit en te nimmer leiden door Zijn emoties.
Zelfs als de Bijbel spreekt over Gods toorn, dan ligt in die toorn Zijn rechtvaardige liefde ten grondslag.
Gods boosheid, Gods toorn, betreft de zonde(n) van de mens, maar de mens heeft Hij lief.
God wil dat de mens zich afkeert van de zonde en Hij gebruikt daarvoor dat wat Hij nodig acht, maar verliest daarin nooit Zijn liefde voor ons.
Onze ouders, en wij als ouders, voeden onze kinderen op naar ons beste kunnen, naar zoals wij denken dat het goed is, maar Hij voedt ons op, om ons het beste te geven, namelijk deel aan Hemzelf, deel aan Zijn heiligheid.

Waar blijft dan de titel zeg je misschien in dit alles; Gods tederheid.
Tederheid betekent zachtheid, zachte liefde; met andere woorden, waar blijft dan dus in dit alles Gods zachtheid, Gods zachte liefde.
Waarin klinkt dan Gods tederheid door?

‘Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt.
Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen.
Want welk kind is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?
Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen.’
(Hebr. 12:6-8)

Ik besef heel goed, dat in ons menselijk denken er geen tederheid ligt in ‘straf’ en ‘geselt’, maar in Gods zienswijze en handelen is dat geheel anders.
God is liefde en alles wat Hij doet of toelaat in ons leven is gebaseerd op de liefde die Hij voor ons heeft.
En dat onderscheidt moeten wij leren zien, leren maken.
Als we dat gaan doen, dan zullen we meer en meer deel krijgen aan Zijn heiligheid, groeien in geloof, vrucht dragen, meer en meer op Hem gaan lijken.

Vers 11 van hetzelfde hoofdstuk zegt: ‘Niemand vindt straf prettig; op het moment van de straf zelf is er verdriet. Maar wie zich erdoor hebben laten vormen, plukken er later de vruchten van, de vrede die voortkomt uit een rechtvaardig leven.’

En dat is wat God, in Zijn grote wijsheid en liefde voor ons op het oog heeft.
Lees het hoofdstuk ervoor maar eens over de geloofsgetuigen waarop vers 1 uit dit hoofdstuk op duidt en ziet welk een zegen er voortkomt uit gehoorzaam zijn aan God.
En zo wilt God ons ook zegenen.

Laten we daarom dan ook niet bang zijn of ontmoedigt raken, als God ons leven schudt.
Gods tederheid, Zijn zachte liefde, ligt in alles.




Lieve vader in de hemel.
Wat een geweldig woord om mee te mogen nemen naar het volgende jaar.
Een aansporing en een bemoediging, beiden gericht op ons welzijn, op een betere, hechtere relatie met U.
Lieve Vader, open onze ogen opdat we vanaf nu meer en meer gericht zullen zijn op Uw tederheid in alles wat er in ons leven gebeurt.
Open onze ogen opdat we ook in tegenspoed, in moeilijkheden of problemen, of wat dan ook, Uw tederheid, Uw zachte liefde zullen zien, die ons vertelt dat alles wat er in ons leven plaatsvindt, uiteindelijk erop is gericht om ons meer deel te geven aan Uw heiligheid.
Leer ons, Vader, om gehoorzaam te zijn.
Uw Zoon, onze Here Jezus Christus, leerde gehoorzaamheid door lijden heen, zegt Uw woord, Vader, zo wil ook ik gehoorzaamheid leren, ook door lijden heen.
Want deel hebben aan Zijn lijden, betekent ook deel hebben aan Zijn heerlijkheid en daar zie ik naar uit met heel mijn hart.
Dank U wel, Lieve Vader, dat ik, dat wij, het nieuwe jaar in mogen gaan met Uw woord van Liefde voor ons en een aansporing vanuit die Liefde, om U gehoorzaam te zijn.
Dank U, Vader, en leer ons.

In Jezus’ naam.

- Amen –




In alles wat Ik doe
is Mijn liefde zichtbaar
voor een ieder
die het wilt zien.
Altijd heb Ik
jouw welzijn voor ogen
al zie jij het vaak pas
nadien.

Geloof en vertrouw
op Mijn Liefde voor jou.
Je zult nooit
beschaamd uitkomen,
maar ontdekken
hoeveel Ik van je hou.

©Rita Klapwijk

zondag 16 december 2012

Week 51 - Geborgenheid

Zelfs de man met wie ik in vrede leefde,
op wie ik vertrouwde, die mijn brood at,
heeft mij hard nagetrapt.
Maar u, HEERE, wees mij genadig, en laat mij opstaan,
zodat ik het hun vergeld.
HSV

Zelfs mijn beste vriend,
op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood,
heeft zich tegen mij gekeerd.
Toon mij, HEER, uw genade en laat mij opstaan,
dan zal ik hun geven wat ze verdienen.
NBV

Psalm 41:10,11


Geborgenheid:
veilig en vertrouwd.
Vertoeven
in de aanwezigheid
van iemand
die van je houdt.

Geborgenheid:
zekerheid en vastigheid.
Vertoeven
op een veilige plek,
dicht bij degene
die je liefdevol is toegewijd.

Geborgenheid is een belangrijk en kostbaar iets in ons leven, misschien wel één van de belangrijkste, kostbaarste dingen in ons leven.
Maar zoals het met veel dingen is, je weet pas hoe belangrijk, hoe kostbaar, als het er niet meer is of zelfs maar dreigt weg te vallen.
Ook zal een ieder waarschijnlijk haar/zijn eigen idee hebben over geborgenheid, maar hoe het ook zij, geborgenheid draait om veilig zijn, je veilig voelen.
Geborgenheid is veiligheid.

Op de één of andere manier is het zo, dat als ik alleen al aan dit woord denk, een warm gevoel krijg en glimlach op mijn gezicht.
Geborgenheid, geborgen.
Zoveel warmte en liefde liggen besloten in dit woord.
Zoveel veiligheid, vertrouwdheid.

Ik moet denken aan een foto die mijn oudste zoon afgelopen zomer heeft gemaakt van een vriend met zijn zoontje.
Dat is ongeveer het beeld dat in mij opkomt als ik denk aan het woord geborgenheid.


Beschermd, beschut, warm, innig, liefdevol omgeven - je geliefd weten en voelen, veilig.
Het gedichtje dat ik hierbij geschreven heb, gaat ook over geborgenheid; ‘Geborgen in Vaders’ armen’ (hoe kan het ook anders) heet het.

Geborgen in je vaders armen,
veilig en zo vertrouwd.
Voelbaar is zijn liefde
als hij je in zijn armen houdt.

Je koestert je
in de warmte van zijn nabijheid,
terwijl zijn hart zich verheugd
in jouw aanwezigheid.

Weet, lieve Jefta, zoals je vader
jou in zijn armen houdt,
je daar veilig bent en geborgen,
zo is daar ook je hemelse Vader,
die altijd naar je ziet
en voor jou zal zorgen.

Als ik lees wat er deze week op het kalendertje staat, dan lijkt het weinig te maken te hebben met het woord geborgenheid wat als titel is meegegeven, en ook de bijgevoegde tekst ter overdenking, niet.
Het verwijst naar hoe ons leven eigenlijk constant veranderd; hoe we op pijnlijke wijze worden losgetrokken van de veilige sleur.
Maar ook hoe wij daardoor de vrijheid vinden om Hem, die onveranderlijk is, te omarmen en de moed om anderen, die ooit zullen veranderen, aan Hem over te dragen.

Vroeger voelde ik me het meeste geborgen als alles liep zoals het hoorde.
Iedere maand hetzelfde salaris op de bank, mijn man aan het werk, ik thuis voor de kinderen en het liefst niet teveel nieuwe dingen.
Gewoon huisje, boompje, beestje; niets meer en niets minder.
Deze zekerheden gaven mij een bepaald gevoel van geborgenheid, want ik wist daarmee waar ik aan toe was.
Het voelde veilig en vertrouwd.
Zelfs mijn lichamelijke gesteldheid (veel rugproblemen en gewrichtsontstekingen) gaven in zekere zin mijn leven een bepaalde zekerheid.
Het was er en als het even weg was, kwam het gegarandeerd weer terug.
Dat ik dan in die dagen niets kon, hoorde daar ‘gewoon’ bij.
In deze beslotenheid van mijn leventje met man en kinders (en hond) voelde ik mij veilig en geborgen.

Maar met het verloop van de jaren werden ook mijn vingers op pijnlijke wijze losgetrokken van deze veilige sleur (zoals het kalendertje het noemt)
Mijn veilige leventje thuis bleek niet meer zo’n veilige geborgen plek te zijn.
Verwonde kinderen van het pesten en de depressiviteit die daar weer uit voortkwam, maakten ons huis tot een alles behalve geborgen plaats.
Als ik aan tafel even een kopje koffie zat te drinken, kon ik voelen wie er binnenkwam.
Zo’n ‘zware deken’ droegen zij met zich mee de kamer binnen.
Of, toen de ouders van het vriendje van onze (toen nog) puberdochter haar van ons af probeerde te nemen door haar in alles haar zin te geven, te voorzien en haar zo tegen ons op te zetten; haar meenamen, onderdoken, jeugdzorg, politie, enz.,enz.
Of de 13/14 (‘k ben de tel kwijtgeraakt) klaplongen met vier operaties ook van één van onze jongens.
Om ook maar niet te spreken van de tijd dat het met onze zaken zo slecht ging, dat we niet eens wisten of we nog wel konden blijven wonen waar we nu wonen.
Of zoals nog geen jaar geleden, dat we voor de keus stonden om één van onze zaken weg te doen, wat ook betekende je eigen zoon ontslaan plus een ander en maar hopen en bidden dat de volgende werkgever ons oude personeel maar over zou nemen.
(wat gelukkig wel is gebeurd en ook hebben ze weer werk gevonden)

Zekerheden vielen weg.
Mijn veilige thuis was niet meer zo veilig, want alles wat zeker en vertrouwd was viel weg of leek weg te vallen.
Mijn (ons) leven werd (en wordt) geschud aan alle kanten.
Als ik dit stukje lees, dan ervaar ik met alles wat er is gebeurd, dat mijn vingers één voor één op een zeer pijnlijke manier werden losgepeuterd van alle zekerheden die mijn leven had, of misschien moet ik eigenlijk zeggen, de zekerheden waarop ik mijn vertrouwen meer stelde dan ik dacht.
(En ik geloof dat dit proces doorgaat tot wij onze laatste adem uitblazen, want ik geloof dat het Gods verlangen is dat ons geloof en vertrouwen in Hem groeit en dat wij onze toevlucht bij Hem zoeken zodat wij  echte geborgenheid vinden)
Toen bleek, dat ik mijn geborgenheid zowel in de veiligheid van mijn eigen omgeving zocht als bij God.
Geborgenheid vinden bij God als alles goed en voorspoedig gaat is niet zo moeilijk; het gevoel van veiligheid is er immers al.
Maar je geborgenheid vinden bij Hem als ‘alle’ zekerheden rondom je wegvallen, dan wordt het een ander verhaal.

Als wij onze geborgenheid bij mensen of dingen zoeken, zullen we altijd worden teleurgesteld, want mensen en situaties zijn aan veranderingen onderhevig.
Dat is wat we ook zien terugkomen in het woord hierboven.
David schrijft hier over een vriend die hij vertrouwde, met wie hij at en dronk, bij wie hij zich ongetwijfeld veilig voelde en een stuk geborgenheid vond, maar die zich tegen hem keerde, hem verried.
Geborgenheid betekend je veilig voelen, op je gemak, maar hoe kun je je nog veilig voelen als je vrienden je verraden?
Wat wordt je vertrouwen in mensen beschadigd als deze dingen gebeuren en wat wordt het moeilijk om opnieuw iemand te vertrouwen.

De pijn van verraad is iets wat Jezus ook kent.
Eén van Zijn discipelen, die jaren met Hem is opgetrokken, verried Hem met een kus.
Een kus nota bene, het teken van genegenheid, van liefde!
Hoe hard kun je op iemands ziel trappen!

Als je het goed bekijkt dan is het heel moeilijk om hier op deze aarde een plaats te vinden waar je je geborgen mag weten.
Je ergens geborgen voelen, bij iemand of op een plaats, is wisselend, want niets is in dit leven blijvend.
Eigenlijk is er maar één plaats, één plek, waar een mens echte geborgenheid kan vinden.
Een geborgenheid die blijvend en onveranderlijk is.
En dat is bij God.

Dat is wat we mogen leren zien als onze vingers stukje bij beetje worden losgepeuterd van mensen of dingen bij wie wij onze veiligheid, onze geborgenheid zoeken.
God wil dat wij ons vertrouwen niet op mensen of op dingen stellen, maar op Hem!
Want Hij is Degene die onveranderlijk is, betrouwbaar en trouw, vol medelijden, liefde en geduld.
Als we bij Hem onze toevlucht zoeken, dan zullen we geborgenheid vinden ongeacht de situatie of omstandigheden.

Ik moet denken aan Psalm 91 waar staat:
‘Hij bedekt je met Zijn vleugels,
onder Zijn hoede ben je veilig;
Zijn trouw is een schild, een pantser.’

Kun je je er een voorstelling van maken?
In de jaren die achter ons liggen, kon ik ’s avonds in mijn bed kruipen, mijn ogen sluiten en als het ware hier helemaal in wegkruipen, want hier was het veilig, hier was ik geborgen.
Als het kind op de foto in de armen van zijn vader, zo voelde ik mij dan.
Als alles om je heen onveilig en onzeker is, visualiseer deze tekst dan eens.
Sluit je ogen en zie, voel, hoe Hij je met Zijn vleugels bedekt.
Hoe Hij met Zijn vleugels een veilige ruimte schept voor jou waarin je even afgesloten bent van alles wat er om je heen gebeurt.
Zijn trouw maakt de vleugels tot een schild, een pantser, waar niets of niemand doorheen kan komen.
Wind, kou en regen, alles wat je belaagd, houdt Hij bij je weg.
En er ontstaat als het ware een veilige cocon waarin je je geborgen voelt, omdat de ruimte gevuld is met Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn zorg.

O, dit is ook de reden waarom het woord geborgenheid mij zo’n warm gevoel geeft van binnen en een glimlach op mijn gezicht brengt, want ik weet mij geborgen in Hem, bij Hem.

Jezus is voor mijn zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
De weg naar de Vader heeft Hij vrijgemaakt.
Door Hem is er altijd een plaats waar ik veilig en geborgen, namelijk bij Hem.

Zijn woord staat vol bemoedigingen waardoor we ons veilig en geborgen mogen voelen, mogen weten.
Ik wil je daar nog even mee naar toe nemen.
Voel de geborgenheid die uitgaat van deze woorden, ze zijn waarheid en eeuwig en onveranderlijk.

Psalm 27:5:
Word ik bedreigt,
Hij verbergt me in Zijn huis;
op de rots waar Hij woont,
laat Hij mij schuilen.

Veilig, schuilend bij Hem!

Psalm 62:2,3:
Bij God alleen kom ik tot rust,
Hij is mijn behoud.
Hij is voor mij een rots,
een toevluchtsoord, een vesting:
Hoe zou ik dan bezwijken!

Rust, leven, veiligheid en gesterkt worden!

Psalm 94:18,19:
Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde mij staande.
Als ik ten einde raad was,
beurden Uw troostende woorden me op.

Liefde, troost!

Psalm 139:5:
U bent om me heen,
U bent voor me en achter me,
en Uw hand ligt op mijn schouder.

Zekerheid, Hij is er altijd!

Psalm 131:2:
Mijn hart is tot rust gekomen,
ik ben niet langer gejaagd;
als een kind in de armen van zijn moeder,
zo rustig ben ik.

Veilig en geborgen!
Tot rust komen in die geborgenheid!

Geborgenheid, gevoel van veilig zijn, van veiligheid.
Op deze wereld wisselen, veranderlijk, aan van alles en nog wat onderhevig, maar bij God altijd te vinden.
Elk moment, het zij overdag of ’s nachts, het maakt niet uit, want Hij is er altijd.




Lieve Vader in de hemel.
Stukje bij beetje peutert U in Uw liefde mijn vingers los van alles waar ik mijn veiligheid en zekerheid in zocht om mijn handen, mijn armen vrij te maken om U te kunnen omarmen.
Het proces doet zeer en kan soms heel beangstigend zijn, maar ik mag weten dat Uw eeuwige armen onder mij zijn.
De geborgenheid die ik hier in deze wereld zoek en vind is veranderlijk doordat niets ooit het zelfde is of blijft.
Maar U bent een eeuwige God, onveranderlijk en betrouwbaar.
U bent niet als het wisselen van de seizoenen, zoals onze omstandigheden of onze gevoelens, maar voor eeuwig en altijd dezelfde.
Zo zal ik in U, bij U, altijd geborgen zijn.
Bewaar mij, o God, als Uw liefst bezit, verberg mij onder Uw veilige vleugels.
Daar ben ik veilig en geborgen.
Dank U, Vader, dat U onveranderlijk bent, eeuwig en trouw.
Dank U, voor Uw liefde; U bent mijn toevlucht, mijn rots, mijn vesting.
Mijn schuilplaats.

– Amen –




Geborgenheid:
verblijven in Zijn nabijheid.
Vertoeven
in de schaduw
van Zijn vleugels,
in de bescherming van
Zijn aanwezigheid.

©Rita Klapwijk


Still (Hide me now)


zondag 9 december 2012

Week 50 - Vrede

En doe boven dit alles de liefde aan, die de band van de volmaaktheid is.
En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar.
HSV

En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.
Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.
Wees ook dankbaar.
NBV

Kolossenzen 3:14, 15


Liefde en vrede

Je maakt mijn hart licht
en vult het met blijdschap
en vreugde.
Donkere wolken verdwijnen
als jij je openbaart
in mijn leven.
Niets kost mij nog moeite;
het lijkt wel of ik vleugels heb
en of ik mij over alles
kan verheugen.
Met jouw binnenkomst
is mij het mooiste
van de hele wereld
gegeven.

Je bent echter ook
heel kwetsbaar
en makkelijk te bezeren.
Dan wordt de plaats
van vreugde
door pijn en verdriet
ingenomen.
Weg zijn de vleugels,
weg de blijdschap;
niets schijnt mij nog te
kunnen verheugen.
Met alle teleurstelling
zijn er vele vragen
en onzekerheden
mijn leven binnen
gekomen.

Mijn hart is geneigd
om uit te halen,
vergelding te zoeken,
aan de kant te zetten,
weg te doen, dat,
wat de oorzaak is van
al mijn pijn en verdriet.
Maar daar is ook het kruis,
daar zijn doorboorde handen
en doorboorde voeten.
Een mens, die uit liefde
voor mij,
het leven liet.

Ik bevind mij in
een wirwar van gevoelens.
Alles in mij roept
om rechtvaardigheid.
De vrede in mijn hart
is ver te zoeken,
terwijl ik worstel
en strijd.

Moet ik dan
alles maar bedekken
met de mantel der liefde?
Al hetgeen mij
is aangedaan?
Of is vergeven
een daad van
gehoorzaamheid,
uit liefde voor Hem
om wat Hij voor mij
heeft doorstaan?

Als ik kies om Hem
gehoorzaam te zijn
en net als Hem
te vergeven,
dan bekleed ik mij
met de liefde van Hem
en vult Zijn vrede
mijn leven.

Zo blijft Zijn vrede
heersen
diep in mijn hart
en brengt heling
en genezing
aan elke smart.

Met het nadenken over de bovenstaande teksten ontstond het bovenstaande gedichtje; de ene helft donderdag en de andere helft vrijdag.
Ik probeer voor mijzelf te ontdekken hoe alles met elkaar in verband staat.
De gedachten van een mens kan rare wegen gaan, tenminste, die van mij in elk geval wel.
Toch houdt alles met elkaar verband.
Liefde, gehoorzaamheid, vergeving en vrede.

Het stukje op de kalender spreekt over vrede op de plaats waar Jezus Vorst is, maar dat het ver te zoeken is als wij met een deel van ons leven niet willen buigen voor Gods heerschappij.

Ik was al even bezig geweest met deze dingen, met opzoeken, overdenken, wat opschrijven en vaak is er dan een moment dat ik even afstand moet nemen van alles wat ik al gelezen en genoteerd heb.
Op donderdag, betekent dit voor mij dan dat ik even wat boodschappen ga doen.
En terwijl ik zo in mijn autootje zit met een muziekje aan, laat ik mijn gedachten nog eens over deze dingen gaan.

De opdracht is zo duidelijk: ‘En doe bij dit alles de liefde aan’; ‘kleed u in de liefde’.
Kleed u met de liefde; de liefde dus als een kledingstuk aantrekken.
Alleen, het woordje ‘en’ staat er dan nog voor.
Hm, ook maar even een paar verzen teruggaan.

Het hele gedeelte beslaat Kolossenzen 3:5-17, al zijn natuurlijk de andere verzen er weldegelijk ook mee verbonden.
Het is een gedeelte over de oude en de nieuwe mens, over het nieuwe leven, over ons leven zonder en met Christus.
Vers 5-10 vertelt ons waar we mee af dienen te rekenen nu we Hem kennen; onze oude mens afleggen en de nieuwe mens aandoen.
(oude leefwijze – nieuwe leefwijze)
In vers 12 krijgen we dan al de opdracht om ons – heiligen en geliefden, als uitverkorenen van God – te kleden met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
Vers 13, elkaar verdragend en vergevend, zoals Christus ons vergeven heeft.
Dan pas komt vers 14 – ‘En doe bij dit alles aan …’.

Als uitverkorenen van God, als heiligen en geliefden van Hem, krijgen we van Hem de opdracht om innige gevoelens van ontferming (oftewel diepe bewogenheid, innig medeleven), vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid aan te trekken zoals we ’s morgens onze kleding aantrekken.
Het is dus geen kwestie van wat we voelen of ervaren, maar een bewuste keuze.
Als we opstaan en onze kleding uitkiezen voor die dag, dan is wat we doen (over het algemeen) mede bepalend wat we aantrekken.
Laten we eerlijk zijn, als tuinman ga je niet in je nette pak met stropdas aan het werk en een verpleegster zal niet in avondkleding en hoge hakken op haar werk verschijnen.
Je trekt aan wat bij je werk hoort en past.
Zo zou het ook met ons, kinderen van de Allerhoogste moeten zijn.
Met dat we Hem zijn gaan toebehoren, is ons leven veranderd en daarmee ook onze levenswijze en alles wat daarbij hoort of komt.
We hebben van Hem ‘nieuw werk’ gekregen.
Dit kunnen we niet in ons gewone kloffie doen, daar zullen we ook speciale kleding voor nodig hebben.
Zoals een tuinman of een verpleegster aan zijn/haar kleding te herkennen is, zo dient men ook ons, uitverkorenen van God, te herkennen aan onze ‘kleding’.
Daarbij geeft God ons ook nog de opdracht om verdraagzaam te zijn en om te vergeven zoals wij door Christus vergeven zijn.
En om dit hele plaatje te volmaken, moeten we de liefde aandoen.
De liefde, die de band van de volmaaktheid is.

Toen ik op Internet even aan het kijken was naar de betekenis van ‘de liefde als de band van de volmaaktheid’ kwam ik het volgende erover tegen:
“De liefde is ‘de band van de volmaaktheid’, ‘de band van vrede’, de lijm die de leden van het lichaam samenbindt in Christus.”
(Dit na aanleiding van een stuk over Efeziërs 4:1 t/m 6 over hoe de eenheid van de Geest te bewaren.
Zie: http://gemeente-van-christus.org/preken/Davison/Roy/eenheiddg.html)
De band van de volmaaktheid wordt hier vergeleken met lijm.
Ik vond dat zo geweldig mooi.
Al deze dingen die ik net genoemd heb; ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, verdraagzaamheid, vergeving, al deze dingen moeten als het ware met de ‘lijm’ Liefde aan elkaar worden geplakt en zo met elkaar verbonden zijn en niet van elkaar los te maken.
We zijn als kinderen van Hem, als uitverkorenen, als heiligen en geliefden van God, geroepen om in vrede met elkaar te leven; ook als er verschil van inzichten of meningen zijn.
De liefde van Christus hoort ook dan als een lijm te zijn die ons met elkaar verbindt en ons aanspoort om in vrede met elkaar te wandelen en om te gaan.
Dit staat los van onze gevoelens, maar is een bewuste keuze om te doen wat Hem welgevallig is.
Het is gehoorzaam zijn aan Hem, aan Zijn woord, aan wat Hij van ons vraagt.
Het is doen wat Hij zegt, in praktijk brengen dat wat Christus ons heeft voorgeleefd.
Dat kan betekenen dat we zwijgen in plaats van spreken, de minste zijn, jezelf wegcijferen, doen wat in ons vermogen ligt om relaties goed te houden of te herstellen.
(Over Liefde - Zie: 1 Korinthe 13)

De Here Jezus heeft ons de weg gewezen, heeft ons voorgeleefd.
Zijn woord vertelt ons wat Hij van ons verlangt.
Als we kijken naar wat Hij voor ons heeft gedaan, voor ons heeft over gehad, waarom zijn we dan nog zo vaak ongehoorzaam en laten we ons nog zo vaak leiden door onze oude natuur?

Vrede is wat onze harten zal vullen als Hij Heer is van ons gehele leven.
Een vrede, die alle verstand te boven gaat.
En als we dit alles beseffen, ondervinden, dan kunnen we niets anders dan dankbaar zijn en is de opdracht om dankbaar te zijn eigenlijk ‘gewoon’ een daaruit volgend gevolg.




Lieve Vader in de hemel, ik wil U zo bedanken voor alles wat U mij heb verteld en heb laten zien.
Vergeef mij, waar ik verkeerd handel, daar waar ik nog te kort schiet, waarin ik – nog niet – gehoorzaam ben.
Wijs mij die terreinen in mijn leven aan waar ik het in orde moet maken, met U en/of met of naar een ander.
Maak mij ervan bewust, als ik mij ’s morgens aankleed, om ook mijn ‘andere kleding’, die ik van U heb ontvangen, aan te trekken en help mij om ze ook aan te houden en niet uit te trekken als het mij ‘te heet’ wordt of iets anders te pakken als ik het ‘koud’ krijg.
Laat mij Uw woorden voor ogen houden; leg ze vast in mijn hart.
Dank U, voor Uw genade, Uw liefde en Uw geduld met mij.
Dank U wel, voor wie U bent.
Ik houd van U en prijs Uw heilige Naam.
In Jezus’ Naam.

- Amen -




Liefde,
meer dan
alleen een gevoel.
Soms een keuze
uit gehoorzaamheid
aan God de Vader;
opdat Zijn vrede
zich in ons hart
bevindt.

Liefde.
Innige ontferming
en vriendelijkheid,
nederigheid
en zachtmoedigheid,
aantrekken als kleding,
steeds weer,
als de nieuwe dag
begint.

Liefde,
de band van
de volmaaktheid;
de lijm die ons,
Uw kinderen,
met elkaar
verbindt.

©Rita Klapwijk

zondag 2 december 2012

Week 49 - Geestelijke gevoeligheid

Was mij schoon van mijn ongerechtigheid,
reinig mij van mijn zonde.
Want ik ken mijn overtredingen,
mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen,
zodat U rechtvaardig bent wanneer U rechtspreekt
en rein bent wanneer U oordeelt.
HSV

Was al mijn zonden af,
maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld toch,
ze staat mij steeds voor ogen.
Tegen u heb ik gezondigd,
tegen u alleen,
want ik heb gedaan
wat u verafschuwt.
Terecht hebt u me veroordeeld,
uw vonnis is juist.
GNB

Psalm 51:4-6

(Bij deze tekst moet ik altijd denken aan het lied: ‘Create in me a clean heart, o God, and renew the right spirit into me’, maar dat is in dit geval meer iets voor aan het eind)

Bewust worden, bewust zijn van je zonden.
Hoe gevoelig zijn we daar voor?
Hoeveel tijd zit er tussen zonde en berouw?
Dat is waar Beth Moore op doelt met ‘Geestelijke fijngevoeligheid’.

Davids woorden komen nadat de profeet Nathan, gezonden door God, hem heeft gewezen op zijn zonden, overspel met Bathseba en de moord op Uria. (2 Samuël 11, 12:1-23)

De profeet Nathan komt bij David en aan de hand van een verhaal, waarin hij inspeelt op Davids gevoel voor rechtvaardigheid, wijst hij de zonden in Davids leven aan.
David zoekt geen uitvluchten, noch komt hij met allerlei excuses, nee, hij zegt heel eenvoudig: ‘Ik heb gezondigd tegen de Heere.’
Hij belijd zijn zonde en het wordt hem terstond vergeven.
(Zijn daden hadden echter ook gevolgen en consequenties, maar daar kom ik verderop op terug)

Maar dat Davids berouw dieper gaat dan alleen dit ene zinnetje, blijkt uit Psalm 51, die hij heeft geschreven nadat de profeet Nathan hem had onderhouden over zijn overspel met Bathseba.
Hij smeekt om Gods medelijden, terwijl hij God als het ware wijst op Zijn goedheid, Zijn liefde.
Nadat Nathan hem had gewezen op zijn zonden, staan ze hem voortdurend voor ogen, ze achtervolgen hem als het ware.
Zijn zondebesef ging heel diep; … zondig ben ik geboren, schuldig vanaf de moederschoot …
Hij beseft dat God alleen maar van hem verlangt dat hij oprecht is.
Ook vreugde kent hij niet meer: ‘… laat mij weer blij zijn, open mijn hart weer voor vreugde …’
Hij beseft, dat God niet in de eerste plaats naar brandoffers en vleesoffers verlangt, maar naar een offer van berouw; naar een gebroken en een verbrijzeld hart.
David beseft ten volle dat hij gezondigd heeft tegen God en dat God eigenlijk alle recht heeft om Zich van hem af te keren.
En David smeekt God om hem niet van Zich af te stoten, Zijn Heilige Geest niet van hem af te nemen.

Hoor hem smeken …

Wis mijn fouten uit.
Was al mijn zonden af.
Maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld.
Tegen U heb ik gezondigd.
Besprenkel mij, was mij, dan word ik weer rein.
Spaar mijn leven.
Berouw is het offer dat U verlangt.
Een gebroken en een verbrijzeld hart veracht U niet, o God.

Kennen wij dit?
Kennen wij zulk een diep besef en berouw over onze zonden?
Staan wij open voor vermaning?
Mag God ons, ook door een ander heen, op onze zonden wijzen, of steigeren we gelijk al bij het idee en hebben we zoiets als, dat maakt God mijzelf dan wel duidelijk?

Nu zijn overspel met een zwangerschap tot gevolg en moord wel twee heel duidelijk zichtbare zonden, maar zijn voor God eigenlijk in wezen niet alle zonden gelijk?
Zelfs de kleinste zonde brengt scheiding tussen God en ons en zelfs voor de kleinste zonde moest de Here Jezus de kruisdood sterven.

We zijn ons ook lang niet altijd bewust van de zonden die we begaan.
Er zijn ook vele verborgen zonden in ons leven.
Ik moet hier aan denken, omdat David ook dit specifiek noemt in één van zijn andere Psalmen en daar ook vraagt of God hem zijn verborgen zonden wil vergeven.
Psalm 19:13 - ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’

Hoe zeer zijn wij ons nog bewust van onze zonden, bewust of onbewust, en hebben we nog oprecht berouw?
En leidt ons berouw dan ook tot af keren van en het accepteren van eventuele gevolgen?

We leven in een tijd van compromissen en veel zaken, waarover Gods woord eigenlijk heel duidelijk is, wordt onder het mom van ‘om erger te voorkomen’ getolereerd en in aangepaste vorm geaccepteerd.
We doen concessies met tv kijken onder het mom van ‘het is maar een film, het is niet echt’ en we sluiten compromissen met onszelf en praten onszelf zo schoon.
En dit geldt voor zo vele dingen.
Het gevolg is echter dat we steeds minder gevoelig worden voor wat Gods woord zegt over wat zonden zijn, wat zondig is.
Wat Hem verdriet doet, wat scheiding brengt tussen Hem en ons.

Wees waakzaam, zegt Petrus, wees waakzaam!
Ja, aan de ene kant gaat de satan rond als een briesende leeuw en aan de andere kant sluipt hij als een stille moordenaar rond in onze huizen en verleidt ons met onze tv, onze computer, onze muziek, onze …

Hoe gevoelig zijn we nog voor De zachte stem van Gods Geest?
Horen we Hem nog wel, of zou Hij steeds harder tegen ons moeten schreeuwen?
Al hebben we dan wel een probleem, want Gods Geest is een gentleman, Die Zich niet opdringt, Die Zich niet verheft om maar gehoord te willen worden, Die ons de ruimte geeft voor onze eigen wil en keuzes.

En hoe langer een zonde in ons leven blijft bestaan, hoe moeilijker het ook kan zijn om er vanaf te komen en hoe groter ook de gevolgen kunnen zijn.

De gevolgen voor Davids zonden waren groot.
De verzen 10 t/m 14 spreken hierover, maar wat David en Bathseba als eerste hard treft, is het sterven van hun zoon.
Om wat David gedaan had, zou zijn zoon sterven.
Zijn kind wordt ziek en na zeven dagen sterft hij.

Wat ik zo ontzettend bijzonder vind, is hoe David hier mee omgaat.
Ook daarin ligt een enorme les voor ons.
De profeet Nathan gaat naar huis en Davids zoon wordt ernstig ziek.
Het eerste dat David gaat doen is bidden en heel streng vasten.
De Bijbel zegt zelfs dat David op de grond ging liggen en al die tijd dat zijn zoon ziek was, bleef hij daar liggen voor het aangezicht van God en at niet.
Het kind was voor zeven dagen ziek voor het stierf en toen het gestorven was, durfden Davids dienaren het niet eens tegen hem te zeggen, bevreesd als zij waren voor Davids reactie.
Hij had al die tijd niet naar hen willen luisteren, hoe zouden ze hem nu moeten zeggen dat zijn zoon dood is.
Ze waren gewoon bang dat hij zichzelf iets aan zou doen.
Maar David merkt dat er iets en hij vraagt of zijn zoon dood is.
Zijn dienaren bevestigen dat en gelijk staat David op van de grond, wast zich, zalft zich en trekt schonen kleding aan.
Vervolgens gaat hij naar Gods huis en kniel neer en bid.
Daarna gaat hij weer naar huis, vraagt om eten en eet.

Zijn dienaren begrijpen er niets van en vragen er dan ook naar.
‘Zeven dagen en nachten huilt, vast en bidt u en nu het kind dood is doet u alsof er niets aan de hand is en eet.
Davids antwoord raakt mij heel diep (2 Samuel 12:22,23); hij antwoordt hen: ‘Toen het kind nog leefde, vastte ik en stortte ik tranen. Ik dacht: Wie weet is de HEER me genadig en blijft het kind in leven. Maar nu het dood is, wat zou ik nu nog vasten? Daarmee kan ik het toch niet terughalen. Ik ga naar hem toe; hij komt niet terug bij mij.’

Als zijn kind ziek wordt, zoekt David Gods aangezicht en bid en smeekt hij of God hem, zijn kind, genadig wilt zijn en het weer beter zal maken, maar hij aanvaard het ook als God het niet doet.
Hij weet dat hij gezondigd heeft en hij accepteert de gevolgen daarvan.
Hij weet dat God rechtvaardig is en hij onderwerpt zich aan God.

Ik vind dit zo bijzonder!
God spreekt Zijn oordeel uit over David, David bidt en smeekt, maar accepteer ook Gods rechtvaardige oordeel.

Onze God is een rechtvaardige God.
Onze zonden worden niet meer zo direct bestraft als toen.
De komst van de Here Jezus heeft dat veranderd.
Ons oordeel op de zonde wacht ons na dit leven als een ieder van ons zal moeten verschijnen voor de rechterstoel van God.
David vreesde God niet, noch Zijn oordeel, want hij wist dat God een rechtvaardig God was, maar ook een liefdevol en genadig God.
Davids zonde werd hem vergeven, zijn kind stierf daarvoor en zijn hele huis en geslacht werd getroffen door de gevolgen van zijn keuzes, maar God liet hem niet aan zijn lot over.
David was, ondanks al zijn fouten en gebreken een man naar Gods hart.
En dit was, geloof ik, alleen maar zo, omdat David openstond voor Gods leiding en  terechtwijzingen.
David heeft veel verkeerde keuzes gemaakt in zijn leven en zijn gezin was alles behalve een voorbeeld gezin, maar hij was en bleef God trouw tot in de dood en was gevoelig voor de stem van Gods geest als het ging om zijn zonden en ongerechtigheden.

Steeds opnieuw lezen we over David hoe hij God bid en smeekt om vergeving van zijn zonden en ongerechtigheden, zelfs die verbogen waren.
Hij vroeg God om het hem te laten zien: ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is
en leid mij op de eeuwige weg.’

David bezat een geestelijke gevoeligheid die hem heel dicht bij God hield en zorgde voor een bijzondere relatie met Hem, waardoor hij genoemd werd ‘een man naar Gods hart’.
O, wat verlang ik daar ook naar, een vrouw te zijn naar Gods hart.
Jij ook?




Lieve Vader in de hemel.
Wat verlang ik er ook naar om een vrouw te zijn, te worden, naar Uw hart.
Ik dank U, voor het getuigenis van Davids leven zoals dat opgeschreven staat in Uw woord.
David, een man naar Uw hart, en tegelijkertijd een mens als wij, met alle fouten en gebreken.
Wat kunnen we veel leren van zijn leven, van zijn woorden, van wie hij was, maar bovenal van zijn relatie met U.
Dank U, Vader, dat U werkelijk op alle mogelijke manieren naar ons toe komt en ons tegemoet komt.
En ik bid U om geestelijke gevoeligheid, zodat ik Uw zachte stem zal horen en verstaan en leer mij om ook te luisteren en te gehoorzamen.
Ik verlang naar een relatie met U, die steeds intiemer zal zijn en naar een leven dat steeds heiliger zal worden.
Ik verlang te zijn, een vrouw naar Uw hart.

In Jezus’ Naam.

- Amen –




Schep in mij, o God,
een rein en nieuw hart;
zuiver en reinig mij ook
van mijn verborgen zonden.
Maak mijn hart ontvankelijk
voor de stem van Uw Geest;
zacht en gevoelig, tot inkeer
van zonden en berouw.
Zodat het iedere dag
met U zal zijn verbonden.

©Rita Klapwijk



Create in me a clean heart

Create in me a clean heart, O God
And renew a right spirit within me
Create in me a clean heart, O God
And renew a right spirit within me

Cast me not away from thy presence, O Lord
Take not thy Holy Spirit from me.
Restore unto me the joy of my salvation.
And renew a right spirit within me