Alleen bij God is stilte voor mijn ziel; mijn redding komt van Hem. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, hoe zou ik dan bezwijken. Alleen bij God is rust, mijn ziel; ja, van Hem komt wat ik hoop. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, ik wankel niet, want Hij zal van mijn zijde niet wijken. In God is mijn redding en mijn eer; Ja, mijn sterke rots, mijn toevlucht is Hij, God de Heer. - Amen - Naar Psalm 62:2,3,6,7,8

zondag 28 oktober 2012

Week 44 - Hulp

Als de HEERE niet mijn Helper was geweest,
had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.
HSV

Heer, als U me niet te hulp gekomen was,
ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde me staande.
GNB

Psalm 94:17,18

Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen van het gevoel hebben niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.

Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …

Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.

Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wilt helpen en voor jou wilt zorgen.

O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!

Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.

Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!

Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.

Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.

Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.

Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.




Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe moeilijk moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -




Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.

Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.

Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.

©Rita Klapwijk

zondag 21 oktober 2012

Week 43 - Herstel

Want als u zich tot de HEERE bekeert, zullen uw broeders en uw kinderen barmhartigheid vinden bij hen die hen als gevangenen weggevoerd hebben, zodat zij in dit land zullen terugkomen.
De HEERE, uw God, is immers genadig en barmhartig, en zal het aangezicht niet van u afwenden als u zich tot Hem bekeert.
HSV

Want als u terugkeert tot de HEER, zullen uw verwanten en uw kinderen genadig behandeld worden door degenen die hen hebben weggevoerd, en zullen ze weer naar dit land mogen terugkeren.
De HEER, uw God, is immers genadig en liefdevol; als u naar Hem terugkeert, zal Hij Zich niet van u afwenden.’
NBV

2 Kronieken 30:9

‘Als je valt, luister dan niet naar de beschuldigingen en hatelijkheden van de boze.
Sta weer op en wandel met God.’
Dit is een citaat uit het stukje van de kalender van waaruit ik de stukjes schrijf.
Verder spreekt het stukje nog van weer opstaan en verder wandelen met God; net zo vaak totdat je vrij bent.
Van vasthoudend moeten zijn en geduld hebben.
Maar het citaat dat ik heb aangehaald, is wat er voor mij uitspringt.

Wat heb ik al veel strijd geleverd (en soms nog) om dit in de praktijk te kunnen brengen.
Weten is namelijk één ding, maar uitvoeren een tweede.
Want wat hebben gevoelens en gedachten een enorme kracht!
Wat kunnen we daarin gigantisch worden aangevallen en wat is het soms niet verschrikkelijk moeilijk om daar tegen te vechten.
En wat kan de verleiding dan soms groot zijn om maar toe te geven aan gevoelens en/of gedachten.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar gevoelens en gedachten kunnen mij helemaal onderuit halen en mij het opstaan beletten.
Vooral als ik vaker over hetzelfde struikel of val.
Terwijl ik hier mee bezig ben, hoor ik in de verte nog de woorden nagalmen: ‘Loser, mislukkeling dat je er bent.
Je kan ook niets, het komt nooit goed.
Steeds opnieuw maak je dezelfde fouten, steeds opnieuw ga je weer de mist in.
Wat ben je toch een sukkel.
Geef het nu maar op, het wordt nooit iets met jou.
Denk je nu echt dat God zo iemand als jij, die steeds weer de fout ingaat nog kan gebruiken of wil gebruiken?
Dat geloof je zelf toch niet.’
Enz. enz.

Herken je het?

Ik geloof wel dat de één daar gevoeliger voor is dan de ander, maar ik weet van mijzelf, dat dit één van mijn zwakste plekken is.
Ik ben een enorm gevoelsmens en een denker.
Dus mijn gevoelens en gedachten zijn voor mij heel belangrijk.
Dat betekent automatisch ook, dat ik me daar, op dat terrein het meest moet wapenen.
Waar de één voorzichtig moet zijn met muziek of tv, drank of vul zelf maar in, voor mij is het echt het terrein van gevoelens en gedachten.
Wat vind ik het soms moeilijk om niet te luisteren naar die beschuldigingen en die hatelijkheden die de boze in mijn hoofd wil planten.
Wat vind ik het soms moeilijk om niet toe te geven aan die gevoelens van zelfmedelijden en zelfbeklag die hieruit voorvloeien.
Wat heeft het zelfs lang geduurd voordat ik het door had, dat daar mijn zwakste plek lag, terwijl hij, de boze dat allang doorhad.
En wat heeft hij daar ge(mis)bruik van gemaakt.
Daarom sprak het bovenstaande citaat mij zo enorm aan.
Het is zeker een citaat wat ik op ga slaan en bewaren.
Want hoewel ik dit nu allang allemaal weet, het is iets wat ik mijzelf steeds opnieuw weer moet voorhouden.

We struikelen allemaal weleens en soms staan we gewoon op en kunnen we doorgaan.
Maar soms struikelen/vallen we en is het niet zo simpel.
Soms zijn we door bepaalde omstandigheden of vermoeidheid gewoon kwetsbaarder en daarmee een makkelijk doelwit voor de boze om zijn brandende pijlen op af te schieten.
De Bijbel spreekt niet voor niets over waakzaam zijn en de wapenrusting hebben we ook niet voor niets gekregen!
Het gebeurt nu eenmaal dat we als kind van God vallen en dat de boze zijn pijlen van beschuldigingen, zijn pijlen vol haat en venijn, op ons afvuurt.
Hoe zouden we anders ooit dingen kunnen leren?

Wees waakzaam, zegt Gods woord.
Met andere woorden, wees erop bedacht.
Mijn ervaring is (en vast ook van heel veel andere mensen), dat vooral als je kwetsbaar bent, waardoor maakt niet uit, de boze juist komt om je extra te belagen en zijn pijlen op je af te vuren.
Het is dus belangrijk om goed om jezelf te denken.
Je kunt het niet altijd voorkomen dat je kwetsbaar bent; teveel invloeden van buitenaf kunnen hierbij een rol spelen, maar we kunnen het wel onderkennen wanneer we kwetsbaar zijn.
Met het onderkennen kunnen we dan de nodige maatregelen nemen.
De twee meest belangrijkste dingen die je kunt doen zijn waakzaam zijn en de wapenrustig aantrekken.
Als we dan vallen en hij komt op ons af met zijn brandende pijlen van beschuldigingen en hatelijkheden, dan zullen we bemerken dat hij het is en kunnen we ons schild van geloof omhoog doen.
Zijn pijlen zullen door dat schild worden opgevangen en we kunnen vervolgens terugvechten met het Zwaard van de Geest, met Gods woord.

Dan kunnen we de bovenstaande tekst op hem afvuren.
‘Satan, mijn God is een genadig en liefdevol God.
Ja, ik ben gevallen, maar ik heb het Hem beleden, en hierdoor zal Hij Zich niet van mij afwenden.
Wat jij me voorhoudt zijn leugens; mijn God is vol liefde en genade!

Of de woorden uit Psalm 37 (vers 23,24)
Ik laat mij leiden door de Heer, wat betekent dat als ik val, Hij Zich mij niet van mij afkeert, maar mij juist helpt om weer op te staan.
Zelfs het opstaan hoeven we dus niet alleen te doen.
Psalm 37 zegt het zelf, Hij helpt ons daarbij, al wat wij hoeven te doen is naar Hem opzien.
Schudt die hand die je vastgrijpt niet van je af door te geloven wat de boze allemaal zegt en laat je niet meezuigen naar beneden door zijn leugens.

Wat kan het moeilijk zijn om daar dan weer uit te komen.
Maar zelfs dan is het niet onmogelijk, want God blijft dicht bij je!
Hij is nooit ver weg!

Soms zijn we zover meegezogen door de boze naar beneden in de poel van beschuldigingen en hatelijkheden, dat we het gevoel kunnen hebben dat we dreigen te verdrinken in de kolkende golven daarvan.
We kunnen zover zijn meegezogen dat we er zelf niet meer uit kunnen komen en verdrinken lijkt ons voorzicht.
Probeer het dan niet zelf, maar roep het uit naar Hem en Hij zal antwoorden en je helpen.
God zorgt voor wat Hem toebehoort!

Schreeuw het naar Hem uit: ‘Heer, steek Uw hand uit en grijp mij vast; trek mij uit dit kolkende water! (Psalm 144:7a)
God, zie niet werkeloos toe, blijf niet zwijgen, houdt U niet doof! (Psalm 83:2)
Heer, Uw woord zegt: ‘Wie U zijn toegedaan kunnen op U rekenen; wie bij U hun toevlucht zoeken, laat U niet in de steek.

God hoort, God ziet, God helpt.
Steeds weer.
Hoe vaak wij ook vallen.
Laat je niet in de luren leggen door de boze met zijn leugens dat God je nu niet meer kan vergeven, dat je te vaak gezondigd heb, te vaak hetzelfde fout gedaan heb, te vaak gevallen ben.
Als God onze zonden vergeeft, doet Hij ze weg.
Hij gooit ze in de diepten van de zee (Micha 17:19).
Corrie ten Boom zou daarbij nog zeggen; en Hij zet er een bordje ‘Verboden te vissen’ bij!
God maakt geen optelsom van onze zonden, Hij vergeeft keer op keer.
Zolang wij ons maar blijven uitstrekken naar het doen van Zijn wil, dan komt de dag dat we de overwinning zullen behalen en niet meer zullen struikelen.
Dan zullen we vrij zijn.
Maar dat kan alleen door steeds opnieuw op te staan als we zijn gevallen en met Hem verder te gaan.

Laat je bemoedigen door Gods woord.
Hij heeft het ons gegeven als wapen, maar ook tot bemoediging, tot troost.

Kijk eens naar het leven van David.
God noemde hem een man naar Zijn hart, maar hoe vaak is David niet gevallen!
En toch, telkens weer is er voor David vergeving en kan en mag hij verder onder de leiding van God.
Zie eens in de Psalmen hoe vaak David niet getuigt van Gods hulp.
Laat je erdoor bemoedigen!
Open je Bijbel en lees!

En kijk eens naar het leven van de profeet Elia.
Zo zorgde zijn gebed ervoor dat het drie jaar en zes maanden niet regende, zo zit hij in zak en as, omdat Izebel hem naar het leven staat, en vraagt hij of God hem uit het leven wil wegnemen.
Maar God stuurt hem een engel, die hem wakker maakt en gebied om op te staan en wat te eten en te drinken.
Elia doet het maar gaat vervolgens weer liggen.
En opnieuw maakt de engel hem wakker: ‘Sta, eet nog iets, want er staat je nog een verre reis te wachten!’
Hij stond op, at en dronk en door de kracht van dit voedsel liep hij in 40 dagen en nachten naar de berg van God, naar de Horeb.
O, welk een bemoediging ligt hierin voor ons!

Als we zo te neer geslagen zijn zoekt God ons op.
God doet dit niet alleen voor Elia, Hij komt ook om ons te helpen.
Hij wil niet dat wij het opgeven.
Ook tegen ons zegt Hij: ‘Sta op en eet wat.’
Hij heeft ons Zijn woord gegeven, eet het, kauw erop zo lang als het nodig is, en slik het door.
Doe het opnieuw en opnieuw, net zolang tot ook jij sterk genoeg bent op weer op te staan en op reis te gaan.

Ons leven op aarde is een reis naar de eeuwigheid.
Blijf je daarop focussen!
Sta dus op en ga weer verder, je gaat niet alleen!




O lieve Vader in de hemel, mijn hart is opgewonden over Uw liefde, over Uw trouw, over Uw vergeving, over Uw genade, over Uw hulp telkens weer.
Opgewonden door Uw woorden.
Wat een rijkdom aan bemoedigingen, aan troost, aan onderwijzing, aan …
Heere, U heeft Uw woord gegeven, maar wat gebruiken we het soms nog maar weinig zoals U het heeft bedoeld, simpelweg omdat we Uw woord gewoon  niet goed genoeg kennen.
Vergeef ons Heere, vergeef ons.
Geef ons toch een ongekende honger naar Uw Woord.
Vul ons hart met een ontembaar verlangen naar het kennen van Uw Woord.
Laat ons geen genoegen meer nemen met alleen af en toe een stukje lezen als het ons uitkomt, maar laat onze dag beginnen met een hunkering naar Uw Woord.
Voed ons, sterk ons, bekrachtig ons met Uw Woord.
Maak ons standvastig, vasthoudend, geduldig.
Help ons om steeds weer op te staan en als wij het niet meer kunnen.
Kom dan, o Vader en geef U ons weer grond onder onze voeten.
Dank U voor Uw liefde.
Dank U voor Uw trouw.
Ik prijs Uw grote Naam.

- Amen –




Er is een uitgestoken hand,
vanuit de hemel naar jou.
Als je bent gevallen,
grijp die dan vast.
Vergeet nooit
hoeveel Hij van je houdt.

Met welke beschuldigingen
en welke hatelijkheden
de boze je ook bestookt:
onthoudt: ‘Hij is de vader
van de leugen
en behoorlijk uitgekookt!

Sta op, wandel verder met God.
Wees standvastig en heb geduld.
Hij is genadig en vergevend,
altijd tot hulp bereid.
Sta op, hoe vaak je ook valt.
Wees met de kracht van Zijn Geest vervuld.

©Rita Klapwijk

zondag 14 oktober 2012

Week 42 - Liefde

Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
HSV

In Zijn liefde had Hij van tevoren beslist dat Hij ons door Jezus Christus als Zijn kinderen zou aannemen.
Zo wilde Hij het, in Zijn goedheid.
Laten wij God prijzen om het grootse geschenk dat Hij ons heeft gegeven in Zijn geliefde Zoon.
GNB

Efeze 1:5,6


 Roos,
 symbool van liefde.

















Een doorboorde hand
 reikte mij Zijn liefde aan
 en is daarmee geworden
 het centrum van mijn bestaan.

Aan deze woorden moest ik denken toen ik het stukje met de bijbehorende tekst las.
Het zijn woorden die ik een aantal jaren geleden geschreven heb bij de afbeelding die er tussen staat.
Het is alsof ik dat moment opnieuw beleef en het raakt me diep.
Ik sluit even mijn ogen en laat de diepte van deze woorden nog eens goed tot me doordringen.

Het is alsof die doorboorde hand opnieuw uitgestoken wordt en mij opnieuw Zijn liefde aanbiedt.
Diep in mij roert het zich om de diepte van de liefde die ligt in deze uitgestoken hand.
En als in een film gaan mijn gedachten van Gethsemané naar Golgotha.
Uit liefde!
Voor mij!
Voor jou!
Hoe onbeschrijflijk onbegrijpelijk!
En toch …


Je kunt zeggen: ‘Ik hou van jou’,
maar daden zeggen meer dan woorden;
wat je laat zien zegt duizend maal meer
dan alle ‘ik hou van jou ’s’
in de mooiste muziekakkoorden.


Gethsemané.
Hof van angst,
hof van strijd.
Van verlaten worden,
van pure eenzaamheid.

Hof van beproeving,
hof van ‘niet Mijn wil
maar Uw wil geschiede’.
Van je leven
als een offer aanbieden.

Gethsemané.
Hof van keuze,
hof van gehoorzaamheid.
Van liefde voor de Vader,
voor de mensen,
die tot verlossing en redding leidt.

Gethsemané.
Waar Liefde vecht,
waar Liefde overwint.
Waar daden ons vertellen
hoezeer Hij ons bemint.

Je kunt zeggen: ‘Ik hou van jou’,
maar daden zeggen meer dan woorden;
wat je laat zien zegt duizend maal meer
dan alle ‘ik hou van jou ’s’
in de mooiste muziekakkoorden.

Golgotha.
Heuvel van doorboorde handen,
heuvel van doorboorde voeten.
Heuvel, waar Hij bereid was
om voor onze zonden te boeten.

Heuvel van lijden,
heuvel van immense pijn.
Van vernedering en bespotting,
van woorden vol haat en venijn.

Golgotha.
Heuvel van duisternis,
heuvel van ‘door God verlaten’.
Waar al onze zonden en ongerechtigheden
op Hem werden neergelaten.

Golgotha.
Waar het ultieme offer van liefde
voor ons mensen is gegeven.
Het voorhangsel scheurde, de weg is vrij,
Zijn Liefde geeft ons weer Leven.


Je kunt zeggen: ‘Ik hou van jou’,
maar daden zeggen meer dan woorden;
wat je laat zien zegt duizend maal meer
dan alle ‘ik hou van jou ’s’
in de mooiste muziekakkoorden.


Een doorboorde hand
reikt jou Zijn liefde aan.
Mag Hij het centrum zijn
van jouw bestaan?

©Rita Klapwijk



Lord, I lift Your name on high



Hallelujah

zondag 7 oktober 2012

Week 41 - Identiteit

Bent u zo dwaas?
U die met de Geest begonnen bent, gaat u nu eindigen met het vlees?
HSV

Hoe kunt u zo dom zijn!
U bent begonnen met de Geest en nu wilt u eindigen op eigen kracht?
GNB

Galaten 3:3

Wie ben ik?
Ben ik wie men zegt dat ik ben?
Of ben ik dochter van, vrouw van, moeder van, …?
Of bepaalt het werk dat ik doe wie ik ben, of mijn bezit?
Wie ben ik?
Wie ben jij?
Wie of wat bepaald onze identiteit?

Ik ben inmiddels al een heel aantal uren verder sinds ik begon met schrijven over dit onderwerp.
Wat jullie hier niet kunnen zien, zijn alle bladzijden die inmiddels in de prullenbak liggen.
Ik heb al aardig wat afgestruind op Internet naar van alles over identiteit; de definitie, betekenis en wat er zoal over geschreven is.
En ik kan je verzekeren: er is heel wat over geschreven!
Heel wat van die dingen had ik ook gebruikt, maar  niets van dat alles lijkt de boodschap te zijn die ik mag opschrijven.
Op één ding (nou eigenlijk twee dingen) na.
Eén ding is er dat steeds duidelijker naar boven komt en al het andere van hun plaats verdringt.
Namelijk de boodschap, dat God ernaar verlangt dat we onze identiteit in Hem zoeken, vinden, aannemen; dat een ieder kind van Hem zal zeggen, zal proclameren:

* ‘Ik ben wie God zegt dat ik ben!’

Er gebeurd wat als we dit uitspreken.
Als ik over deze woorden nadenk en ze uitspreek, al is het soms alleen maar in mijn gedachten, dan valt er iets van mij af.
Ik ervaar het alsof ik word vrij gezet en Zijn kracht en vreugde doorstromen mij.
Vrij gezet van mijzelf, wat ik zou moeten kunnen, zou moeten doen, aan allerlei zaken waaraan ik zou moeten voldoen.
Het vreet energie om iemand te moeten zijn, die je eigenlijk niet bent.
Het vreet energie om te willen beantwoorden aan de verwachtingen van mensen.
Het vreet energie om in eigen kracht alles te moeten doen.
Doodmoe word je ervan en het is vreselijk frustrerend, want als je daar je identiteit uit moet halen, ben en blijf je constant opzoek naar jezelf, naar wie je bent, wie je mag zijn.
Als je werk je identiteit bepaalt, wie ben je dan nog als je werkeloos wordt?
Als je geld je identiteit bepaal, wie ben je dan nog als je zulke tegenslagen krijg dat je niet meer die dingen kunt doen die je gewend was te doen met al je geld?
Als je kinderen je identiteit bepalen, wie ben je dan als zij oud genoeg zijn en zij hun eigen wegen gaan?
Zelfs in je bediening voor de Heer; als je je identiteit haalt uit wat je doet voor Hem, wie ben je dan als er een eind komt aan die bediening?

Als we onze identiteit halen uit wat dat ook behalve uit Hem, dan zullen we zoekende blijven en steeds opnieuw ontwricht raken.
Niets in deze wereld is blijvend, niets in deze wereld is zeker, behalve dan dat een ieder van ons geboren wordt en sterft.

Alle dingen die in ons leven gebeuren, waar we geboren worden, hoe rijk we zijn, welke opleiding we hebben, wat voor baan, enz., enz., al deze dingen bepalen in principe mede onze identiteit, maar als we onze identiteit in Christus Jezus gaan zoeken, vinden en aannemen (en vasthouden), krijgen we een identiteit die onveranderlijk is, omdat Christus en Zijn woord onveranderlijk zijn en voor eeuwig.
De wereld is veranderlijk.
Zo word je bejubeld, zo verguisd.
Zo ben je iemand, zo ben je niemand.
Zo ben je geliefd, zo word je aan de kant geschoven.
Zo heb je een hoop geld, zo ben je het kwijt.
Zo ...

Hoe velen onder ons worstelen niet met hun identiteit.
Hoe velen zijn niet op zoek naar hun identiteit.
Hoe velen worstelen niet met hun zelfbeeld, omdat ze hun identiteit overal en in alles zoeken behalve in Degene die Zijn leven voor hen gegeven heeft.

Er is Iemand Die zoveel van je houd, dat Hij Zijn leven voor jou heeft gegeven, zodat alles wat hieronder staat over wie je bent in Hem, waarheid is/kan worden voor jou!

Leg al die andere stemmen het zwijgen op en luister naar die Ene, die vol liefde en bewogenheid, op jou wacht.
Kniel neer bij het kruis, waar Hij Zijn leven gaf voor jou, belijd je zonden en ontvang Zijn vergeving en je nieuwe identiteit in Hem.

In Jezus Christus ben je geaccepteerd, verzekerd en waardevol!
Overal op Internet kun je vinden wat Gods woord zegt over wie je eigenlijk bent in Christus, ik heb de site van stichting Toerusting en Pastorale zorg van Leanne Payne uitgekozen om het nog eens op een rijtje te zetten.
Grotendeels eigenlijk door wat er ook nog eens boven stond.
Beiden wil ik met je delen.

Satan weet dat als hij je kan weerhouden te begrijpen wie je bent in Christus, hij je kan tegenhouden om de volwassenheid en de vrijheid te ervaren die je erfdeel zijn als kind van God.
Het begint allemaal met het voor eens en altijd vaststellen van het feit dat God onze liefhebbende Vader is en dat wij als Zijn kinderen zijn aangenomen.
We dienen God niet om Zijn aanvaarding te verkrijgen; we zijn geaccepteerd en daarom dienen we God.
We volgen Hem niet zodat we geliefd worden; we zijn geliefd, daarom volgen we Hem. Alles wat we doen is een reactie op Zijn liefde.

In Christus ben je geaccepteerd!

Je bent een kind van God. (Johannes 1:12)
Je bent een vriend van Christus. (Johannes 15:15)
Je bent rechtvaardig verklaard. (Romeinen 5:1)
Je bent verbonden met de Heer, één van geest met Hem. (1 Korintiërs 6:17)
Je bent gekocht en betaald. Ik ben Gods eigendom. (1 Korintiërs 6:19-20)
Je bent een lid van het lichaam van Christus. (1 Korintiërs 12:27)
Je bent een heilige. (Efeziërs 1:1)
Je bent door God als Zijn kind geadopteerd. (Efeziërs 1:5)
Je  bent verlost en al mijn zonden zijn vergeven. (Kolossenzen 1:14)
Je  bent volmaakt in Christus.  (Kolossenzen 2:10)

In Christus ben je verzekerd!

Je  bent voor eeuwig vrij van veroordeling. (Romeinen 8:1-2)
Je bent verzekerd dat alle dingen medewerken ten goede. (Romeinen 8:28)
Weet je dat niemand je nog kan veroordelen. (Romeinen 8:31-34)
Je kunt nooit meer gescheiden worden van de liefde van God. (Romeinen 8:35-39)
Je bent bevestigd in, gezalfd en verzegeld door God. (2 Korintiërs 1:21-22)
Je bent met Christus verborgen in God. (Kolossenzen 3:3)
Je bent er zeker van dat God het goede werk dat Hij in je begonnen is ook zal afmaken. (Filippenzen 1:6)
Je bent een hemelburger. (Filippenzen 3:20)
Je hebt geen geest ontvangen van lafhartigheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid. (2 Timotheüs 1:7)
Je ontvangt genade/barmhartigheid wanneer je ze nodig heb. (Hebreeën 4:16)
Je bent uit God geboren en de boze heeft geen vat op je. (1 Johannes 5:18)

In Christus ben je waardevol!

Je bent het zout der aarde en het licht van de wereld. (Matteüs 5:13-14)
Je bent een rank aan de ware wijnstok, kanaal van Zijn leven. (Johannes 15:1,5)
Je bent uitgekozen en aangewezen om vrucht te dragen. (Johannes 15:16)
Je ben een persoonlijke getuige van Christus. (Handelingen 1:8)
Je bent Gods tempel. (1 Korintiërs 3:16)
Je bent een kanaal voor Gods verzoening in Christus. (2 Korintiërs 5:17-21)
Je bent Gods medewerker. (2 Korintiërs 6:1)
Je bekleed in Christus een plaats in de hemelse gewesten. (Efeziërs 2:6)
Je bent Gods maaksel. (Efeziërs 2:10)
Je mag met vrijmoedigheid en vertrouwen tot God naderen. (Efeziërs 3:12)
Je vermag alle dingen door Christus die jou kracht geeft. (Filippenzen 4:13)

Misschien is dit jou allemaal al wel bekend en heb je je identiteit allang in Hem gevonden, maar ik weet dat er nog velen zijn die op zoek zijn naar hun identiteit of die hun identiteit misschien al wel in Christus gevonden hebben, maar het niet durven of kunnen aannemen.

Als kind van God ben ik jaren op zoek geweest naar mijn identiteit en het is nog niet eens zoveel jaar geleden dat ik besefte dat mijn identiteit in wezen in Hem is en dat al wat ik hoefde te doen was het aan te nemen.
Maar zelfs dat was/is nog een proces.
We kunnen zoveel hebben meegemaakt, dat die dingen een behoorlijke belemmering kunnen zijn in het aannemen van Zijn woord over ons en daar ook vanuit/naar gaan leven.
Zoals we hierboven in de schuingedrukte woorden kunnen lezen, zal satan er alles aan doen om ons te weerhouden om te begrijpen wie we zijn in Christus.
Het is hem er alles aan gelegen dat wij niet volledig tot ontplooiing zullen komen, tot volwassenheid, in de vrijheid die we hebben in Christus.

Nog steeds ben ik aan het groeien in  mijn identiteit in Christus.
O ja, ik weet het allemaal, maar er is een verschil in het weten, het aannemen en er in wandelen en vanuit leven.

Vasthouden wat je hebt is niet makkelijk.
Satan zal er alles aan doen om ons zicht op onze identiteit, die we in Hem hebben, te vertroebelen.
Want als we het zicht verliezen op de identiteit die we in Hem hebben, als we vergeten wie we zijn in Hem, dan verliezen we tegelijk de vaste grond onder onze voeten en worden we opnieuw weer een speelbal van onze gevoelens en van alle dingen die in de wereld onze identiteit bepalen.
Ons zelfbeeld, wat zo nauw verbonden is met onze identiteit gaat als een jojo op en neer.
Onze gevoelens bepalen weer wie of wat we zijn in plaats van wat God zegt in Zijn woord.
Dan verruilen we als het ware de Geest weer voor de wet.

In Christus ben ik: …
‘Ik ben wie God zegt dat ik ben!

Geloof Hem!
Geloof Zijn woord!
Geloof wat Zijn woord zegt over Hem en over jou!
Verdring de leugens die de satan je influistert met Zijn waarheden!
Laten we vasthouden aan Zijn woord, aan wat Hij zegt.

‘Ik ben wie God zegt dat ik ben!’




Lieve Vader in de hemel.
Wat zult U vaak Uw hoofd schudden (als ik het zo oneerbiedig mag zeggen) als U naar ons kijkt.
Ik ben U zo dankbaar voor Uw geduld met ons, met mij.
Uw waarheid over ons staat zo duidelijk vast in Uw woord en nog geloven wij vaak eerder wat mensen zeggen of wat wij denken of voelen.
Er is er één die daarover zoveel lol heeft en van geniet.
Vader, als we daar toch eens misschien wat meer bij stil zouden staan, misschien dat we dan eens eerder U op Uw woord zouden geloven.
We geven de boze soms zo makkelijk de schuld van allerlei dingen, maar gaan voorbij aan onze eigen verantwoordelijkheid.
Wij moeten Uw woorden aannemen en vasthouden, er naar en vanuit gaan leven.
U heeft Uw Geest gegeven om ons te leren, te troosten, tot kracht, tot …
In U, Heer Jezus, zijn wij meer dan overwinnaars!
In U is alles mogelijk!
Help ons, Heere, om alle leugens over wie we zouden zijn, van ons af te gooien en doe ons opstaan als vernieuwde mensen met onze identiteit in U.
Ja, Vader, ik ben wie U zegt dat ik ben!
Halleluja!

- Amen -

* 3e Regel uit het geloofsmanifest uit de studie 'God op Zijn woord' vertrouwen van Beth Moore.




Wie ben ik, wie mag ik zijn?
De wereld heeft mij uitgespuugd,
mijn zelfbeeld besmeurd met haat en pijn.

Wie ben ik, wie mag ik zijn?
Mijn geld geeft mij status, geeft mij aanzien,
maar is dat wat ik ben, een goudmijn?

Wie ben ik, wie mag ik zijn?
Een ongelukje noemen ze mij,
na een teveel aan rode en witte wijn.

Wie ben ik, wie mag ik zijn?
Werken is mijn lust en mijn leven;
overwerken mijn dagelijks refrein.

Wie ben ik, wie mag ik zijn?

Ik ben niet wat ik heb en ik ben niet wat ik doe.
Ik ben ook niet wat anderen zeggen.
Ik bent wie God zegt dat ik ben:
‘Zijn geliefde zoon of dochter!
En dat is door niets en niemand
ooit te weerleggen.

©Rita Klapwijk