Alleen bij God is stilte voor mijn ziel; mijn redding komt van Hem. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, hoe zou ik dan bezwijken. Alleen bij God is rust, mijn ziel; ja, van Hem komt wat ik hoop. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, ik wankel niet, want Hij zal van mijn zijde niet wijken. In God is mijn redding en mijn eer; Ja, mijn sterke rots, mijn toevlucht is Hij, God de Heer. - Amen - Naar Psalm 62:2,3,6,7,8

zondag 27 mei 2012

Week 22 - Geloof

‘Als U kunt?’ zei Jezus.
Alles ‘kan voor wie gelooft.’
Onmiddellijk riep de vader van de jongen uit: ‘ik geloof, maar help mij als mijn geloof tekort schiet.’
GNB

En Jezus zei tegen hem: ‘Als u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft.’
En meteen riep de vader van het kind onder tranen: ‘Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.’
HSV

Marcus 9:23,24

Als ik de Matthew Henry hierover na lees, dan brengt hij me bij twee verschillende dingen.
De vader uit de bovenstaande tekst zegt tegen Jezus ‘als U kunt’, maar Matthew Henry brengt mij ook bij Mattheüs 8:2 waar een melaatse man bij Jezus komt en zegt ‘als U wilt’.
Beide mannen hadden een mate van geloof en ongeloof.
De één geloofde in Zijn macht, maar twijfelde aan Zijn wil; de ander geloofde in Zijn wil, maar twijfelde aan Zijn macht.

De vader van de bovenstaande tekst vraagt zich af of Jezus het wel zou kunnen.
Jezus reageert hierop met: ‘Als U kunt? Alles is mogelijk voor wie gelooft!’
Alles is mogelijk voor wie gelooft.
Jezus stelt hiermee eigenlijk het geloof van de man op de proef.
Als jij geloof, kan het.

Matthew Henry spreekt over deze woorden als zijnde een bemoediging van Jezus naar deze man en zo heb ik het nog niet eerder bekeken.
Zelf ervaarde ik het altijd als een bepaalde druk die mijn ongeloof benadrukte.
Maar door alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, is mijn geloof gegroeid en ik merk ook dat het mijn manier van omgaan met dingen heeft veranderd.
Liet ik vroeger mijn hoofd hangen bij dit soort woorden, nu spoort het mij aan om te geloven, om me uit te strekken en te bidden naar meer geloof, naar een groter geloof.
Ik besef nu ook, hoe fijn de boze het gevonden moet hebben dat het mij te neerdrukte en ik hierdoor bleef hangen in mijn gedachten dat mijn geloof toch te klein was.
Dat het mij neerslachtig maakte en ik me (nog) minderwaardiger ging voelen dan ik me al voelde.
Ik besef nu hoe hij mij had waar hij mij zo graag wilde hebben.
Ik besef opnieuw hoe hij ons (- want ik zal vast ook niet de enige zijn) probeert te verblinden voor de waarheid van Gods woord.
Hoe belangrijk is het dus om Gods woord niet alleen te lezen (oppervlakkig), maar het ook te onderzoeken en er dieper over na te denken.
Wat kunnen dingen soms anders binnenkomen dan dat God ze heeft bedoeld.

Alles is mogelijk voor wie gelooft!
Geloof ik dat God kan doen wat Hij zegt?
Geloof ik dat God is wie Hij zegt dat Hij is?
Kan ik geloven?
Durf ik geloven?

Ik vind dit ook best wel een heel moeilijk onderwerp, want ik geloof met heel mijn hart, dat God is wie Hij zegt dat Hij is.
Ik geloof met heel mijn hart, dat Hij kan doen wat Hij zegt dat Hij kan doen.
Ik geloof dat Hij Zijn beloften nakomt.
Maar toch, niet iedereen ontvangt genezing van ziekte, niet ieder huwelijk wordt gered, niet ieder onheil afgewend (etc.) ondanks de vele gebeden die zijn/worden opgezonden.
Is mijn/ons geloof dan te klein?
Is ons geloof dan niet goed?
Zelfs met bidden en vasten, zoals ook in het stukje staat waaruit deze tekst komt, gaan er nog steeds dingen anders terwijl we zo gebeden en gevast hadden.
En dan kom ik bij ‘als U het wilt’.

Mijn gedachten gaan naar de Here Jezus in de Hof van Gethsemané.
Oh, hoe heeft de Here daar gebeden dat het lijden Hem bespaard zou kunnen blijven, tot bloed zweten toe.
Maar Hoe intens Hij ook bad, in alles bleef Hij zeggen: ‘Niet Mijn wil, maar U wil geschiede.’
Jezus onderwierp boven alles Zijn wil aan die van Zijn Vader.
Boven alles wilde Hij dat de wil van God zou geschieden en niet wat Hij zo graag zou willen.

Vandaag de dag zijn er ook stromingen die je doen willen geloven dat je niet ziek hoef te worden/ te zijn als je maar geloof.
God wil geen ziekte en Hij wil iedereen genezen.
Ook hoef je geen armoede, geen moeiten en zorgen te hebben, want God heeft immers gedachten van vrede over je en niet van onheil.
Voorspoed is het kenmerk van de oprechte christen.

Maar de Bijbel zelf leert ons dat de Here Jezus gehoorzaamheid leerde door het lijden heen, dus wie zijn wij dan dat wij dat dat niet voor ons zou gelden? ((Hebreeën 5:8)
In Gethsemané leerde Jezus om Zich  in alles – ten koste van Zijn leven – te onderwerpen aan de wil van Zijn Vader.
Jezus Zelf leerde gehoorzaamheid door het lijden heen.
En zei de Here Jezus ook niet dat wij in de wereld verdrukking zouden lijden?
Gaf Hij ons daarbij ook niet de bemoediging om vol te houden omdat Hij de wereld had overwonnen? (Johannes 16:33)
Waarom zou Jezus voor ons bidden en pleiten bij de Vader dat ons geloof niet zou ophouden, als we toch alleen maar voorspoed zouden hebben?

Ik geloof met heel mijn hart, dat God kan genezen, dat Hij ieder huwelijk kan redden, dat Hij elk gevaar af kan wenden, dat hij …
Ik geloof, maar ik onderwerp mij ook aan Zijn wil.
(Al is dat soms best wel heel erg moeilijk en gaat daar heel wat strijd aan vooraf)
Ik erken dat Zijn gedachten hoger zijn dan mijn gedachten, Zijn wegen hoger dan mijn wegen.
Genezing in Gods ogen kan wel eens iets heel anders zijn dan genezing in mijn ogen.
En uit lijden en beproevingen komen heel andere dingen voort dan uit voorspoed.

Ik geloof dat God alles kan, ik weet alleen niet of Hij daarmee ook alles wil wat Hij kan.
Terwijl ik dit opschrijf moet ik denken aan wat ik Aad van de Sande ooit eens heb horen zeggen.
‘God kan alles wat Hij wil, maar God wil niet alles wat Hij kan.’
En de vraag is dan, ben ik ook bereid om mij te schikken naar Zijn wil.’
Is mijn geloof nu zo groot en goed?
Nee, helaas niet.
Er is een groot verschil tussen dingen weten en geloven, en tussen weten, geloven en het je toe-eigenen, er in gaan staan, onderwerpen aan.

Wij hebben als gezin heel wat doorgemaakt en het één volgde het andere op.
Hadden we net het ene gehad, dan kwamen de volgende moeilijkheden alweer op ons pad.
Zo erg dat sommige mensen wel eens tegen ons zeiden, van; je moet toch maar eens nakijken wat er fout is in je leven, want zoveel ellende …
Het maakte het ons nog moeilijker dan we al hadden en ons geloof kwam daarmee behoorlijk onder druk te staan.
Wat hebben we ook aan onszelf getwijfeld hierdoor en gebeden, maar we kwamen maar uit bij één ding, God wil(de) ons leren door het lijden heen.
Maar in die perioden vond ik het soms wel heel erg moeilijk om te geloven in Zijn beloften voor mij, want ik zag soms nergens dat Hij bij me was.
Ik vond het moeilijk dat God alles kon, maar dat er (ogenschijnlijk) niets veranderde.
Ik kon soms maar slecht geloven dat Hij het beste met ons voor had.
Geloof, vertrouwen, wat is dat vaak moeilijk als alles tegen zit, als moeilijkheden, zorgen elkaar opvolgen.
Ik heb heel wat keren – en soms nog in bepaalde situaties – uitgeroepen, net als de vader uit de bovenstaande tekst: ‘Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp!’
Ik geloof, maar soms is mijn geloof niet genoeg en heb ik Zijn genade nodig om te vertrouwen op Zijn hulp en redding.

Wat ben ik blij dat deze woorden staan opgetekend in de Bijbel.
Het geeft aan dat het mag en dat God het weet.
Hij kent ons.
De kracht van Zijn genade wordt zichtbaar in onze zwakheid.

Wat er ook in je leven gebeurt, in welke situatie je nu ook bevind, hoe moeilijk je omstandigheden nu ook zijn, als ons geloof te klein is mogen we, net als de vader van de zieke jongen, tegen Jezus zeggen: ‘Heer ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.
Kom met Uw genade en schenk mij geloof.’




Lieve Vader in de hemel, soms schiet ons geloof te kort.
We willen zo graag geloven, en toch…
Vader, wat ben ik dan opnieuw blij en dankbaar voor Uw woord, waarin ook deze dingen terug te vinden zijn.
‘Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.’
Ik ben zo blij en dankbaar, Heer, met deze woorden en ook om te zien dat U het niet erg vind dat ze uitgesproken worden.
U kent ons, U weet hoe en wie wij zijn en U houdt van ons.
U komt met Uw genade ons te hulp.
In onze zwakheid, wordt Uw kracht openbaar.
Dank U wel daarvoor.
Heer, we kunnen ons zo laten verblinden door onze omstandigheden, dat we nauwelijks meer geloven dat U er bent, voor ons zorgt, naar ons om ziet, het beste met ons voorheeft.
Ons zicht op U kan soms zo verblind worden dat we niet meer zien dat U nog steeds dezelfde bent en dat U Uw beloften altijd nakomt.
En dat wij in Uw kracht alles aankunnen.
Soms kunnen we niet verder meer, Heer, en zouden we het voor gezien willen houden.
Maar ik bid U zo, Vader, dat een ieder die zo te neergeslagen is, het zoals de vader uit de tekst, uit zal roepen: ‘Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp’, zodat Uw genade over hen komt en Uw kracht in hen openbaar wordt.
Dank U, Vader, voor Uw liefde en Uw geduld met ons mensenkinderen.
Dank U wel, voor Uw trouw en goedheid.
Dank U wel, voor wie U bent.
Ik prijs Uw heilige Naam.

- Amen –




Ik geloof, Heer,
maar soms
overschaduwen de zorgen
Uw woorden van bemoediging.

Ik geloof, Heer,
maar soms
worden Uw beloften van hoop
ondergedekt
door mijn problemen.

Ik geloof, Heer,
maar soms
word ik verblind
door de hoeveelheid moeilijkheden
waardoor ik Uw kracht en macht
niet meer zie.

Ik geloof, Heer,
maar soms
schiet mijn  geloof
eenvoudigweg te kort
en kan ik het alleen maar uitroepen:
‘Heer, ik geloof,
maar kom mijn ongeloof te hulp.’

Ik geloof,
maar dank U, Heer Jezus,
voor Uw liefde en geduld met mij.
Dank U,
voor de genade die U geeft,
telkens weer,
waardoor Uw kracht
zich ten volle openbaart
in mijn zwakheid.

- Amen -

©Rita Klapwijk

zondag 20 mei 2012

Week 21 - Bevrijding

Bitterheid maakte plaats voor vrede,
U bundelde mijn levenskrachten,
haalde mij weg bij de kuil der ontbinding.
U vergaf al mijn zonden,
U kwam er niet meer op terug.
GNB

Mijn ellende is veranderd in vrede,
U hebt mij genezen,
mij uit het graf en van de ondergang gered.
Want al mijn zonden hebt U weggedaan,
U hebt ze de rug toegekeerd.
WB

Zie, tot vrede is de bitterheid voor mij bitter geweest,
want U hebt mijn ziel lieflijk omhelsd,
van het graf van de ontbinding vandaan gehaald.
Want U hebt al mijn zonden
achter Uw rug geworpen.
HSV

Jesaja 38:17

Deze tekst komt uit het danklied van koning Hizkia nadat God hem genezen had van zijn ziekte.
En niet zomaar een ziekte, nee, een ziekte waarbij hij ten dode was opgeschreven.
Ik ga even naar het begin van hoofdstuk 38.

De profeet Jesaja kwam naar Hizkia toe om hem aan te sporen om alles te regelen wat er geregeld moet worden als je koning bent, want hij zou niet meer herstellen van de ziekte die hij had.
Zodra Hizkia dit hoort, draait hij zich om en gaat met zijn hoofd naar de muur liggen en onder vele tranen bid hij tot God.
De profeet Jesaja was het paleis nog niet uit toen God opnieuw tot hem sprak en een nieuwe boodschap voor Hizkia gaf.
Jesaja gaat terug naar koning Hizkia en vertelt hem dat God zijn gebed heeft gehoord en zijn vele tranen heeft gezien.
Nog vijftien jaar zal God aan het leven van Hizkia toevoegen en als teken dat hij zal genezen en weer naar de tempel kan gaan, zal de Heer de schaduw die op de trap van Achaz de zonnestand aangeeft, tien treden laten terugschuiven.
En het gebeurde zoals was gezegd.
Toen Hizkia herstelt was van zijn ziekte schreef hij het danklied waaruit deze tekst komt.

Koning Hizkia wordt niet alleen genezen, hij wordt als het ware bevrijdt van de banden des doods.
De dood had hem in de greep, je zou kunnen zeggen dat hij al met één been in het graf stond, maar God geneest en bevrijdt hem.
God hoorde zijn gebed, God zag zijn tranen en God verhoorde.

Hizkia besefte heel goed welk een wonder God had gedaan aan hem.
Hij was zeer ernstig ziek geweest, maar God had zijn ellende gezien en heeft het weggenomen en vrede kwam er voor in de plaats.
Tegelijk besefte hij daarbij duidelijk ook heel goed, dat hij een zondig mens was, maar dat God zijn zonden had vergeven en ze had weggedaan.
‘Achter Uw rug geworpen’, zegt hij, met andere woorden God ziet ze niet meer; Hij komt er niet meer op terug.
God herstelt hem en hij mag nog vijftien jaar verder regeren.
Bevrijdt van ziekte, bevrijdt van de dood; wie zou niet dankbaar zijn.

Maar aan al deze dingen die gebeuren, ligt één ding ten grondslag.
Eén heel belangrijk ding, namelijk: Hizkia’s relatie met God.
Hizkia was een koning die God diende.
Net als zijn voorvader koning David, stond God bij hem op de eerste plaats en stelde hij zijn vertrouwen op God.
Er staat zelfs in 2 Koningen 18:5-7 dat niemand van zijn voorgangers of opvolgers zich met hem konden vergelijken, zo groot was zijn vertrouwen op God en zijn trouw aan God.
Hij hield zich in alles aan wat God aan Mozes bevolen had.
Alles nam hij in acht.
Hizkia had duidelijk God de hoogste plaats in zijn leven gegeven.
Hij kende God, had een relatie met hem.
Daarom keerde Hizkia zich ook om naar de muur toen Jesaja die vreselijke boodschap kwam brengen, hij wilde alleen zijn met God.
Niet de ach’s en wee’s van de mensen rondom hem wilde hij horen, maar hij zocht zijn toevlucht bij God en bracht zijn nood bij Hem.
Dat was hij ook gewend om te doen.
Hizkia zocht God op bij alles en in elke omstandigheid.

Een ander voorbeeld daarvan is als hij een brief ontvangt van afgezanten namens de koning van Assur, die hem en Jeruzalem bedreigt en hem aanspoort om toch maar niet op God te vertrouwen, want die kan hem toch niet redden.
Zijn macht was toch te groot en de koning van Assur wees op alle overwinningen die hij reeds had behaald.
En hoe reageert Hizkia?
Wat doet hij?
Hij leest de brief, gaat direct naar de tempel en legt daar de brief open voor God neer en bid.

Je moet iemand toch wel heel goed kennen wil je alles met iemand delen en ook bepaalde verwachtingen kunnen hebben.
Vertrouwen is niet iets wat er gewoon zomaar is, het is iets wat groeit naar mate we iemand beter leren kennen en van daaruit is trouw een keuze die we kunnen maken.

Hizkia heeft zich duidelijk verdiept in Gods woord, want hij hield zich aan alles wat God door Mozes heen had bevolen.
Hij heeft duidelijk de schriften bestudeerd en leefde ze na.
En het is mede door de schrift heen dat hij God heeft leren kennen en zijn relatie met Hem is gegroeid.
Al bedreigde de koning van Assur hem met allerlei voorbeelden van volken die hij had overwonnen ondanks hun goden, Hizkia wist dat de goden van deze volkeren slechts goden waren van steen en hout, gemaakt door mensen handen, maar dat zijn God de Enige, Levende God was, de Schepper van hemel en aarde.
Hij kende God, Zijn beloften en daarom zocht hij zijn toevlucht bij Hem, telkens weer.

God is nog steeds dezelfde als toen.
Hij is niet veranderd.
Hij is nog steeds de God die wil genezen en bevrijden, maar boven alles verlangt Hij naar een diepe relatie met ons.
En naar mate onze relatie met Hem groeit, wij Hem beter leren kennen, zullen we merken dat wij Hem ook meer gaan zoeken en meer met Hem delen.
En van daaruit zullen we weer merken dat Hij meer voor ons kan doen.
Geloof en vertrouwen zijn hele belangrijke zaken om van God dingen te verwachten of te ontvangen, maar onze relatie met God is het belangrijkste, belangrijker dan de genezing of bevrijding.

God hoorde en zag de gebeden en de tranen van Hizkia en Hij verhoorde.
Nu verhoort God onze gebeden niet altijd en niet altijd brengen onze tranen en gebeden de verhoring zoals bij Hizkia, maar God is wel nog steeds Dezelfde God als van toen.
Een antwoord op het waarom de één wel; en de ander niet, heb ik niet, maar één ding weet ik: Hij is de God van Israël, de Schepper van hemel en aarde; die troont op de gevleugelde wezens en die de macht heeft over alle koninkrijken van de aarde.
En bij Hem mag ik komen met al mijn noden en alles mag  en kan ik aan Hem toevertrouwen.
Ik mag als het ware net als koning Hizkia, het als een geopende brief voor Gods troon leggen; ‘Heer, hier is het; die is mijn nood, ik geef het aan U, ik leg het aan U voor.’
God verlangt ernaar dat wij ons naar Hem toekeren met alles wat ons bezighoudt.
Niets is te klein of te min voor Hem.
En al zeggen de mensen om ons heen van alles en nog wat, laten we ons op God richten, op wie Hij is en op wat Hij zegt in Zijn woord.
God is betrouwbaar en Hij zal antwoorden op het juiste moment en op de juiste tijd.

Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade,
opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.
Hebreeën 4:16

Nader tot God, en Hij zal tot U naderen.
Jacobus 4:8

Laten we dan God naderen met een oprecht hart en een rotsvast geloof, met een hart dat gereinigd is van een slecht geweten en met een lichaam dat met zuiver water is gewassen.
We moeten stevig vasthouden aan wat we hopen en belijden, want God, die ons die beloften deed, is betrouwbaar.
Hebreeën 10:22,23




Lieve Vader in de hemel.
Ja, U bent nog steeds dezelfde God als toen, de Schepper van hemel en aarde; de God die troon in de hemel en die alle macht heeft.
U hoorde Hizkia’s gebeden, U hoorde en zag zijn groot geween toen hij zich tot U keerde.
Zo hoort en ziet U ook onze gebeden en onze tranen als wij ons tot U wenden.
U verlangt ernaar dat wij Uw aangezicht zoeken en met alles bij U komen.
Zowel met onze pijn en verdriet, als ook onze blijdschap en vreugde.
Met grote dingen, maar ook met kleine dingen.
Lieve Vader, ik ben U zo dankbaar dat ik met alles bij U komen mag; dat U niets raar vindt of stom.
U houdt zoveel van mij; het interesseert U werkelijk wat mij bezighoudt en het doet er U werkelijk wat toe.
U wilt deel uitmaken van elk detail van mijn leven.
U verlangt ernaar gekend te worden in elk facet van mijn leven.
U, de grote God, de Schepper van hemel en aarde, ziet uit naar mij en wacht tot ik met alles bij U komt.
Heer, het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.
Het maakt mij klein en ik bid U, vergeef mij mijn ongeloof, vergeef mij mijn zonden en ongerechtigheden, was mijn leven schoon en kom met Uw Geest in mij.
Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.
U bent de waarachtige, de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde.
U bent alles in al.
Ja, woorden schieten mij te kort.
Vanuit Uw beloften kan ik leven, alleen daaruit put ik levensmoed.
Uw grote Naam zij alle eer.
Ik prijs U; ik aanbid U; ik dank U.
Ik heb U lief.

- Amen –




Heer,
in mijn grote nood
kom ik tot U
en breng alles
voor Uw aangezicht.

Hier is mijn brief
met daarin al mijn noden,
verdriet en pijn;
ik breng het
in Uw licht.

Heer, mijn God,
kom in mijn omstandigheden,
ik leg ze hier aan U voor.
Zonder U kan ik niet verder,
zonder U ga ik eraan onderdoor.

Heer,
net als Hizkia
breng ik het al
voor Uw aangezicht.
U bent mijn Heer en God,
de Schepper
van hemel en aard.
Tot U en U alleen
is mijn bede gericht.

Hoor mijn gebed, o Heer,
en zie naar mij om.
Alstublieft, antwoord mij
vanuit Uw heiligdom.

In Jezus’ naam.

- Amen -

©Rita Klapwijk

zondag 13 mei 2012

Week 20 - Nabijheid

Onderwerp u dus aan God en verzet u tegen de duivel, dan zal hij voor u vluchten.Ga dichter naar God toe. dan komt Hij dichter bij U.
Was uw handen, zondaars!
Zuiver uw hart, weifelaars!
GNB

Onderwerp u dan aan God.
Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.
Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.
Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen!
HSV

Jacobus 4:7,8

Een persoonlijk getuigenis.
De tijd gaat snel en het is dan ook alweer een paar jaar geleden dat ons gezin door een zeer moeilijke tijd ging.
Een tijd van zeer heftige geestelijke strijd, waarin één van onze kinderen als het ware een speelbal was van de boze.
Hij heeft van alles uit de kast gehaald om ons gezin en ons kind kapot te maken.
En hoewel we nog te maken hebben met naweeën van die tijd en alles wat er is gebeurd, de strijd is beslecht en wij staan als gezin nog steeds rechtop.
(niet door eigen kracht, maar door de liefde en trouw van God)
Het was een zeer zware tijd en ik zou er nooit voor kiezen als ik een keuze zou hebben, maar toch had ik dit – achteraf – ook niet willen missen.

We hebben zoveel geleerd.
Maar dat niet alleen; wat nog veel belangrijker is, we hebben God aan het werk gezien en daardoor hele belangrijke lessen geleerd.
De belangrijkste les die we geleerd hebben, is wel de les van het loslaten en het aan Hem overgeven; erop vertrouwend dat Hij zal doen wat er gedaan moet worden en dan ook zien dat God betrouwbaar is en doet wat Hij heeft beloofd.

God heeft ons wapens gegeven om te strijden en die moeten we ook gebruiken.
Soms echter is het enige wapen wat overblijft gebed.
Het lijkt niet altijd het meest krachtige en effectieve wapen; het is dan ook niet meer aan ons maar aan God en wij mensen willen juist altijd zo graag zelf het heft in handen houden.
Maar wij hebben juist gezien dat door onze gebeden zeer wonderlijke en bijzondere dingen zijn gebeurd.
Onderschat de kracht en de effectiviteit van het gebed niet!!

Het woord wat wij in die tijd kregen was uit Zacharia 4:6 waarin staat: ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Here der Heerscharen.’

Toen de strijd net was losgebarsten waren wij (mijn man en ik) constant bezig met van alles doen wat in ons vermogen lag, maar we hadden geen enkele grip op de situatie en kregen er ook totaal geen grip op.
Hoewel we samen toen ook veel gebeden hebben, werd de strijd alleen maar heftiger en het leek erop dat we ons kind zouden verliezen.
We kregen te maken met verschillende instanties en hoewel ze ons goedgezind waren, was het niet makkelijk en heel intensief.
We hebben heel wat over ons heen gekregen en we zaten soms echt met onze handen in het haar.
Af en toe was ik de wanhoop nabij en zag ik het bijna niet meer zitten.
Maar toch …

Het woord uit Zacharia 4 kwam en het deed ons beseffen dat we op een andere manier hiermee om moesten gaan.
‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest!’
Vanaf toen zijn we gaan loslaten en het in Gods handen gaan leggen.
Begrijp me goed, dit was makkelijker gezegd dan gedaan.
Want, in plaats van stappen ondernemen tegen degenen die ons belaagden, vouwden we onze handen en legden het in Gods hand.
In plaats van terugslaan, vroegen we Gods Geest om in de situatie te komen en brachten we de gehele situatie onder Zijn gezag en autoriteit.
In plaats van met gelijke munt terugbetalen, baden we voor hen die ons gezin zo aanvielen.

Konden we dit uit eigen kracht?
Nee, we zijn ook heel erg boos geweest en wilden soms niets liever dan stappen ondernemen, maar God had gesproken door Zijn woord en we bogen ons voor Zijn woord.
We konden dit niet alleen en hebben mensen uit onze gemeente gevraagd om met ons te komen bidden voor dit alles en God heeft ons mensen gegeven die niet alleen die ene keer kwamen bidden, maar die trouw iedere week kwamen om voor de hele situatie en voor ons, en ons gezin, te bidden.
Maanden lang!
Ook onze voorganger was er voor ons, en dan ook echt in de zin van: er zijn als het nodig is, zelfs ‘s nachts!
We kregen een kring van bidders rondom ons gezin.

Er gebeurde in die tijd van alles en heel vaak kregen we ook te horen van: ‘Waarom doen jullie niets? Ik zou …’
Het maakte het alleen maar zwaarder, want we deden wat we konden; we deden het enige wat we konden, namelijk bidden en alles onder Zijn gezag en autoriteit brengen en vragen om Geest te komen in de gehele situatie!

Heel wat tranen heb ik gehuild en ik heb me vaak o zo machteloos gevoeld.
Ik vond het vaak zo moeilijk om aan de zijkant te blijven staan en het aan Hem over te laten.
Soms schreeuwde mijn menselijke natuur om recht in al het onrecht dat ons werd aangedaan.
Wat had ik soms graag mezelf eens willen laten gaan, maar het was dan alsof God heel zachtjes Zijn hand voor mijn mond hield (of plaatste) en fluisterde: Ssst, stil, denk aan Mijn woord: ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest!’

Wat ik (maar ook mijn man) heb geleerd in en door dit alles heen, is dat we alles onder Zijn gezag en autoriteit moeten brengen en Zijn geest vragen om in situaties te komen.
Welk een rust en vrede brengt dat!
Dan strijd niet meer ik, maar Hij voor mij!
Dan richt ik me niet meer op de strijd zelf, maar op God!

Op momenten dat we zagen op de situatie en alles wat er gebeurde, op wat de mensen zeiden, dan dreigden we ten onder te gaan en verloren we ons evenwicht.
Maar steeds opnieuw was daar Gods hand, die ons hoofd als het ware weer optilde door ons Zijn woord voor te houden.

Richt je op God, op Zijn woord, op wat Hij heeft beloofd en niet op de strijd of de boze!
Houdt vast aan Zijn woord, aan Zijn beloften!
Breng ze in gebed terug naar Hem, houdt ze Hem voor!

Ik heb in die tijd heel veel proclamaties opgeschreven vanuit de Psalmen, ze gebeden en met kracht als proclamatie de hemelse gewesten in geslingerd.
Dit is het weerstand bieden aan de duivel en tegelijkertijd opklimmen tot Gods troon!
Hiermee komen de strijd en de moeiten op de achtergrond en komt God, Zijn kracht, Zijn beloften, Zijn liefde, Zijn …., op de voorgrond!
Mijn zwakte, mijn twijfels, mijn verdriet, mijn zorgen, mijn … noem maar wat op, het verdwijnt op de achtergrond en Zijn kracht en sterkte vulden mij.

Wie Mij zoekt, zal Mij vinden; zegt God.
Nader tot Mij en Ik zal tot u naderen.

Je moet nu niet denken dat wij zulke ‘heilige’ zijn die het precies goed deden en doen; nee, wij zijn vele malen gestruikeld en struikelen nog steeds, maar er was vergeving en er is vergeving voor al onze zonden.
Soms sloeg de twijfel toe: ‘Doen we het wel goed? Zijn we wel op de goede weg? De mensen zeggen …? Moeten we toch niet …?’
Naast mensen om ons heen die voor ons baden, kwamen we ook mensen tegen die ons aan het twijfelen brachten.
Maar Zijn woord brandde in ons hart en bracht ons tot belijden van en zo bleef de weg open en konden wij tot Hem naderen en Hij tot ons.

Dit woord – Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest – staat nog steeds in mijn hart gebrand.
Het houdt mij dicht bij Hem.
Het brengt mij in Zijn nabijheid en het leert mij om alles in Zijn handen te leggen.
Het voorkomt dat ik met gelijke munt terug betaal, het voorkomt dat ik er van alles uitflap wat ik  niet meer terug kan nemen en waar ik weer op gepakt zou kunnen worden.
Maar het  allerbelangrijkste is, dat God de ruimte krijgt om Zijn werk te doen.




Lieve Vader in de hemel, opnieuw wil ik U bedanken voor alles wat U hebt gedaan voor ons.
Ik wil U bedanken voor wat we door dit alles heen hebben gezien en geleerd van U.
U toonde ons Uw trouw, Uw liefde, Uw kracht, Uw troost, Uw macht.
U hebt laten zien hoe belangrijk het is om iets onder Uw gezag en autoriteit te plaatsen, om Uw Geest te vragen om in situaties te komen.
U hebt ons laten zien dat U niet loslaat en dat U zorgt voor wat U toebehoort.
O ja, het was vaak heel moeilijk en zwaar en soms zagen we het niet meer zitten, maar U was er altijd en zorgde voor ons.
Dank U, Vader, voor de mensen die U aan ons gaf en rondom ons plaatste.
Vader, zo bid ik voor hen die in gelijke situaties zitten of op andere wijze worden aangevallen of belaagd door de boze.
Vader, ik bid U: Ontfermt U Zich over hen zoals U Zich over ons ontfermt heeft.
Geef ook aan hen mensen om  zich heen die met en voor hen biddend strijden en een arm om hen heen slaan om ook even in uit te kunnen huilen.
We hebben elkaar zo hard nodig, Vader, als broeders en zusters die er voor elkaar zijn.
Maak ons hart bewogen en leer ons omzien naar elkaar.
Ik bid U ook om liefde, liefde in ons hart voor elkaar en vergevingsgezindheid.
Maak ons tot betrouwbare getuigen van U en Uw woord.
Laat onze blik boven alles gericht zijn op U, de voleinder van ons geloof; de Alpha en de Omega, Het Begin en Het Einde; op U aan wie alles en iedereen, zo ook de boze, is onderworpen.
U heeft de overwinning behaald!
Amen, halleluja, amen.

- Amen –




Als de boze komt
en je door hem wordt belaagd,
zoek dan je toevlucht bij de Heer,
houd je blik op Hem gericht.

Als de boze komt
en je door hem wordt opgejaagd,
zoek dan Gods nabijheid
en kniel voor Zijn aangezicht.

Geef alles over in Zijn handen;
richt je op Hem en niet op de strijd.
Zijn aanwezigheid doet de boze vluchten;
door Zijn machtige hand word jij bevrijd.

Leef daarom dicht bij Hem iedere dag;
zo word je sterk en krachtig in de Heer.
Verwacht het in alles van Hem
en geef Hem alle dank, lof en eer.


* Het is niet zo dat ik met dit stukje wil aangeven dat we de boze nooit zouden moeten berispen, maar wel dat we er voor moeten waken, dat we ons niet meer bezighouden met het berispen dan dat we omgaan met God.

©Rita Klapwijk

zondag 6 mei 2012

Week 19 - Mislukking

Simon,Simon!
Weet dat satan heeft geëist jullie te ziften als koren in een zeef.
Maar Ik heb voor je gebeden dat je geloof je niet in de steek zou laten.
En jij moet, als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, je broeders moed inspreken.
GNB

En de Heere zei: Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe.
Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt. En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders.
HSV

Lucas 22:31,32

Heer, het ging weer mis,
opnieuw heb ik gefaald.
Het lijkt nog maar zo kort geleden
dat ik een ‘overwinning’ had behaald.

Wat voelde ik mij toen sterk,
en ervaarde ik U van zo dichtbij.
En nu, ineens, als uit het niets,
lijkt dit alles helemaal voorbij.

Een nederlaag heb ik geleden,
ik tuinde met open ogen in satan’s val.
Ik voel me zwak, ziek en misselijk,
als was ik gevallen in een heel diep dal.

Ik voel me zo’n mislukkeling,
Heer, wat heeft U nog aan mij?
Hoeveel geduld hebt U nog?
Blijft U ook nu nog aan mijn zij?

Vanaf grote afstand ziet Petrus hoe zijn Meester naar het huis van de hogepriester wordt gebracht en voorzichtig volgt hij Hem de binnenplaats op.
Midden op de binnenplaats wordt een vuur aangelegd en iedereen gaat erom heen zitten.
Petrus voegt zich bij hen en gaat tussen hen in zitten.
Het schijnsel van het vuur verlicht zijn gezicht en ineens klink er een stem.
Een dienstmeisje kijkt hem scherp aan en zegt: ‘Die man was ook bij Hem.’
Petrus schrikt: ‘Nee, nee, echt niet, ik ken die man niet.’
En hij schuift een beetje opzij de andere kant op, zodat ze hem niet goed meer kan zien.
Stilletjes wacht hij af wat er gaat gebeuren.
Maar dan ineens klinkt er opnieuw een stem.
‘Hé, jij bent toch ook één van hen?’
Verdraaid.
‘Nee man, dat ben ik niet; je verward me met iemand anders.’
Petrus voelt zich knap ongemakkelijk.
Hij wil hier blijven, maar ze maken het hem wel moeilijk zo.
Een diepe zucht ontsnapt uit zijn binnenste, terwijl hij weer een beetje gaat verzitten.
Nog geen uur later klinkt het voor de derde keer: ‘Ja, het is wel waar, die man hoort wel bij Hem, want hij is ook een Galileeër.’
Kribbig antwoordt Petrus: ‘Man, doe normaal. Ik weet echt niet waar je het over hebt. Ik ken Hem niet!’
En met dat Petrus dit zegt, hoort hij een haan kraaien.
De Here Jezus draait Zich om en kijkt Petrus aan.
Als Petrus de blik van Zijn Heer ziet en de haan hoort kraaien, herinnert hij zich wat de Heer gezegd had.
… Nog voor de haan driemaal gekraaid zal hebben, zul je Mij driemaal verloochend hebben …
Diepe pijn welt op in zijn hart en hij rent weg naar buiten.
Tranen van spijt, van verdriet, van berouw, rollen over zijn wangen.
Hij huilt zoals hij nog nooit heeft gehuild.
Was het echt nog maar zo kort geleden dat hij gezegd had, dat hij bereid was de gevangenis in te gaan voor Zijn Heer?
Was het echt nog maar zo kort geleden dat hij bereid was geweest om te sterven voor zijn Heer.
Waren dat niet zijn eigen woorden?
Ohhh, een diep gekreun stijgt op vanuit het diepst van zijn hart.
Wat moet zijn Meester wel niet van Hem denken?
Hoe heeft hij Hem dit kunnen aandoen?
Hij houdt zoveel veel van Hem en toch is dit gebeurd …
Steeds opnieuw ziet hij de blik van zijn Heer.
Steeds opnieuw ziet hij hoe die ogen hem aankijken.
En in zijn oren hoort hij steeds opnieuw het kraaien van de haan.
Hij krimpt ineen.
Diep berouw maak zich van hem meester en het maakt hem heel klein.

…..

Na de middagmaaltijd kijkt de Here Jezus Simon Petrus aan en vraagt ineens:
‘Simon, zoon van Jona, hou je van Mij meer dan alle anderen?’
Van binnen bij Petrus gebeurt er van alles terwijl hij antwoordt: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houdt.’
‘Hoed dan Mijn lammeren,’ zegt Jezus.
Dan klinkt het opnieuw uit de mond van Jezus: ‘Simon, zoon van Jona, heb je Mij lief?’
Petrus kijkt zijn Heer aan en zegt: ‘Heer, U weet dat ik van U houdt.’
En Jezus zegt: ‘Hoed dan Mijn schapen.’
Dan klinkt het voor de derde keer: ‘Simon, zoon van Jona,  houdt je van Mij?’
Diepe droefheid maakt zich van Petrus meester.
Voor de derde keer vraagt zijn Heer dit nu.
Hij kijk Jezus opnieuw aan en zegt: ‘Heer, U weet alles, echt alles. U weet dus ook dat ik heel veel van U houdt.’
‘Weid dan Mijn schapen,’ zegt Jezus tegen hem ...

… Volg Mij …

Als ik zo even een beetje in Petrus’ schoenen meeloopt, dan voel ik iets van wat hij moet hebben gevoeld.
En tegelijkertijd weet ik ook, dat ik mijzelf ook wel vaker zo heb gevoeld.
Diepe schaamte, diep berouw, om de dingen die ik heb gedaan terwijl ik toch zo van de Heer houdt.
Momenten van niet begrijpen dat ik zo laag kon zinken.
Weg willen kruipen, me onzichtbaar willen maken en tegelijkertijd beseffen dat dat niet kan.

Het is zo makkelijk om sterk en fier te zijn als alles goed gaat en je leeft op de top van de berg.
Maar als er stormen komen, als de moeilijkheden je gaan belagen, of als je moe bent en kwetsbaar, wat dan?
Nee, er ligt niet alleen een vraag of je wel bidt als je met je collega’s aan tafel gaat om te eten, maar ook, wat als je ziek wordt, als je je baan verliest, je man, vrouw, kind?
Wat als je kind of jijzelf verslaafd raakt?
Wat als anderen je verraden?
Wat als het één nog niet voorbij is en het volgende krijg je alweer op je bordje?
Wat als depressie zich van je meester maakt en je de realiteit niet meer kunt zien?
Als het leven een last wordt, de zon verdwijnt achter de wolken en nooit meer te voorschijn lijkt te komen?
Wat als je zo vreselijk moe bent, door wat voor reden dan ook, en daardoor o zo  kwetsbaar?
Wat als je geloof op de proef gesteld wordt, keer op keer?
Vele reacties en/of emoties kunnen zich dan afwisselen; goede en slechte.
Geduldig in dit lijden of boos en opstandig?
Hem zoekend of zich van Hem afkerend?
Overwinning of nederlaag?
En als je dan in een nederlaag geëindigd ben, wat dan?
Mislukking, en dan?

Dan mag en kan ik je bemoedigen!
Er is een leven na mislukking(en)!
Kijk maar naar Petrus.
Kijk maar naar wat de Here Jezus zegt en doet!
Er is vergeving, er is een mogelijkheid, steeds weer, om opnieuw te beginnen.
Petrus had diep berouw over wat hij had gedaan en daardoor bleef de weg naar Jezus open.
Zijn hart behoorde oprecht toe aan de Here Jezus.
Jezus was echt alles voor hem.
Jezus wist dat en Jezus vergaf Petrus.
En dat niet alleen, Hij gaf hem zelfs een nieuwe opdracht.
Petrus werd als het ware door de Here Jezus in ere hersteld en dat doet Hij ook met ons als we berouwvol tot Hem terugkeren.

De realiteit van het leven is niet een aanhoudend overwinnend leven na de verlossing van een  nederlaag, maar eerder een op en neer gaan, waarin al deze dingen elkaar afwisselen.
Alleen zullen we er na elke mislukking, nederlaag of overwinning weer sterker uitkomen omdat we dingen geleerd hebben.
Dwars door alles heen zullen we steeds meer van God gaan zien, van wie Hij is, van Zijn trouw en liefde en goedheid.

Petrus werd door satan gezift.
Een belangrijk aspect hierin is wel, dat satan hiervoor bij God om toestemming heeft moeten vragen (… heeft u allen opgeëist … staat erin de tekst) en God gaf hem toestemming.
En zo wordt ook ons leven door de satan gezift (ook daar heeft God hem toestemming voor gegeven).
Als we dicht bij God leven, willen leven, verlangen om Zijn wil te doen, dan zal de boze komen om ons leven te schudden in de hoop dat we God vaarwel zeggen.
Hij zal het ons zo moeilijk mogelijk proberen te maken, ons verleiden, in de hoop dat we ons geloof aan de kant zetten.
Hij wil niets liever dan dat wij God de rug toekeren, dat is waar hij op hoopt als hij ons leven schudt.
Maar als kinderen van de Allerhoogste hoeven we niet bang te zijn voor deze dingen, want de Here Jezus bidt voor ons, dat ons geloof zal standhouden.
Zoals de Here Jezus voor Petrus bad, zo bidt Hij ook voor ons!

En zo wil ik je bemoedigen als je leven misschien wel op dit moment flink wordt geschud:
Jezus bid voor jou!
Maar het is ook een bemoediging die je mee mag nemen de toekomst in voor als er moeilijke tijden komen.
Houdt voor ogen dat het satan er alles aan gelegen is om je bij de Heer weg te halen en laat dat juist een aanmoediging zijn om Hem juist te zoeken en Hem te vertrouwen.
De Here Jezus weet hoe moeilijk het kan zijn of worden en daarom bidt Hij voor jou, voor mij, voor ons die Hem toebehoren.




Lieve Heer Jezus, dank U wel dat U voor ons bidt bij de Vader.
Het leven kan soms zo zwaar en moeilijk zijn.
Satan gaat soms zo te keer en probeert op iedere mogelijke manier om ons onderuit te schoppen en ons bij U vandaan te halen.
Laat ons daarop bedacht zijn, Heer Jezus, als er moeilijkheden ons leven binnenkomen, of als problemen zich opstapelen of als het één na het ander op ons bordje komt.
Laten we waakzaam zijn in alles wat er in ons leven gebeurt.
Houdt ons dicht aan Uw hart en doe ons in alles beseffen dat U, Heer Jezus voor ons bidt.
We hebben een voorspraak bij de Vader en laten we daar ook onze kracht uit putten.
Dank U wel, dat er ook iedere keer vergeving is als we onderuit zijn gegaan.
Dank U wel, dat we dan toch steeds weer bij U mogen komen en dat U ons liefdevol vergeeft.
Dank u wel, Heer Jezus, voor alles wat U voor ons hebt gedaan en nog steeds doet.
U bent waardig te ontvangen alle eer en glorie.
Ik prijs Uw grote Naam.

- Amen -




‘Ik bid
dat jullie geloof niet
op zal houden;’
dit zijn de woorden
van Jezus onze Heer.
Hij weet
hoe satan ons
als tarwe zal ziften;
ons leven zal schudden,
keer op keer.

Jezus Zelf
bidt voor ons!
Met die zekerheid,
die bemoediging,
mogen we onze wegen gaan.
Wat er ook gebeurt,
hoe we ook
worden geschud,
in alles zal Hij
biddend naast ons staan.

©Rita Klapwijk



Maar al moet u nog korte tijd lijden,
God, de bron van alle genade,
heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister.
God zal u sterk en krachtig maken,
zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.
NBV

De God nu van alle genade,
Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus,
Hij Zelf moge u –
na een korte tijd van lijden –
toerusten, bevestigen, versterken en funderen.
HSV

1 Petrus 5:10